Arin, psychoanalytische interpretatie bij fragment 1

·

·

,

De voorgeschiedenis.

Zijn Iraanse ouders zijn sinds 1995 in Nederland, zij zijn vluchtelingen.
Arin is in 2000 in Nederland geboren, zijn zus Leila een paar jaar later.
Hij is advocaat in opleiding bij een groot advocatenkantoor.
Sinds enige tijd lijdt hij aan verschillende lichamelijke klachten (somatisaties) waarvoor geen lichamelijke oorzaak gevonden werd.

In dit eerste gesprek zie ik hoe hij zich aan mij presenteert met betrekking tot zijn lichamelijke klachten.

Wat er toe doet is zijn verhaal.

Ik hoor zijn angst om als iemand met psychische problemen bestempeld te worden.
Hij wil mij overtuigen van zijn gelijk.
Maar ik merk dat de twijfel al gezaaid is door zijn huisarts, die een psychische component niet uitsloot, vandaar de verwijzing naar mij.
Die twijfel probeert hij weg te praten.
Hij probeert het gesprek te sturen naar een inhoud die hij momenteel kan verdragen: ik
móet hem volgen, het met hem eens zijn, zodat hij minder angstig hoeft te zijn voor de mogelijkheid dat er psychisch iets met hem aan de hand is.
Ik ga met hem mee bewegen: ik ben duidelijk over wat wij in deze sessies doen, geef wat aan over lichaam en geest, en kom hem tegemoet ( een voorbeeld van omgaan met weerstand) met de uitleg over de stofjes, die bovendien wetenschappelijk aanvaard is.
Want ik denk dat dit hem zal geruststellen, dan heeft hij toch iets lichamelijks en hoeft hij geen schande te voelen.
Dat ik met hem mee beweeg en tevens structuur bied kunnen het eerste gesprek al uniek maken, Arin pakt op, bewust, dat ik met hem mee beweeg, zijn afweermechanismen ontzie, want met de verklaring van de stofjes kan hij veilig naar zijn ouders. Onbewust maakt hij contact met zijn wens iemand te zijn die de ander graag vertrouwt, dan ervaart hij minder angst voor wat mensen elkaar aan kunnen doen. Gezien zijn achtergrond (transgenerationeel trauma) is dat begrijpelijk. De wens de ander te kunnen vertrouwen legt hij onbewust in de overdracht naar mij, ik heb dat gemakkelijk gemaakt voor hem door mee te bewegen met zijn overtuiging dat zijn klachten lichamelijk zijn, dat hij niet gek is.

Ik weet nog niet wat voor hem belangrijk is, ik vraag hem daarover na te denken.

Ik hoop dat hij niet alleen therapie wil voor de behandeling van zijn lichamelijke klachten, ik ben benieuwd waar hij mee komt.
De therapeutische relatie krijgt al aspecten van veiligheid voor hem, hij accepteert zonder aarzeling een tweede gesprek. Ik noteer: een angstige hechtingsstijl , vermoedelijk een transgenerationele gedesorganiseerde hechtingsstijl.
Dus veel winst voor hem vandaag: ik heb hem gerustgesteld en hij kan zijn ouders geruststellen.
Hij is er zich niet van bewust dat hij mij vandaag heeft gevraagd: ontmantel de angsten in mijn lichaam, de stap naar zijn psyche is nog te groot, maar aan zijn verhaal is hij begonnen.