Psychoanalyse 

Psychoanalyse beschrijft een conflict theorie waarvan de kern de verdringing is. De verdringing is een onbewust afweermechanisme, met behulp waarvan ontregelende gevoelens, gedachten of impulsen aan de bewuste beleving worden onttrokken en verbannen worden naar het onbewuste.

Grote verdienste van de Weense psychiater Sigmund Freud (1856-1939) was dat hij, rond 1900, een causaal verband legde tussen het verdringen van gevoelens, gedachten en impulsen en het ontstaan van ernstige mentale problemen zoals we die nu ook nog kennen: belemmerende angsten, herhalende depressies, dwangmatigheden en somatoforme klachten, ook wel samengevat onder “de grote vier ”. Je kan zeggen dat deze symptomen een tegenactie zijn van het verdrongene, het verdrongene komt terug in een andere, niet herkenbare vorm, nl. in bovengenoemde symptomen.

Daarbij zag Freud dat mensen die aan deze klachten lijden in het dagelijks leven goed konden functioneerden met een intact realiteitsbesef in tegenstelling tot mensen met ernstige psychiatrische ziektebeelden. Maar, naar de eigen perceptie, konden zij niet voldoende gelukkig zijn met zichzelf, de mensen om hen heen en op het werk. Klassiek woord daarvoor was de neurose (waarvan de kern het Oedipuscomplex is) waaraan klaarblijkelijk vele mensen leden. Freuds psychoanalytische theorie leidde naar een nieuwe, ruimere visie op psychische problematiek die in praktijk werd gebracht bij vele mensen die leden onder hun psychische problemen.

Psychoanalytisch georiënteerde psychotherapeuten richten zich in de behandeling op herstel van de innerlijke belevingswereld met het onbewuste als basisaanname.

De vorming van de innerlijke belevingswereld begint al met de geboorte. Een baby’tje kan door eenduidige lichaamsexpressie laten merken wat fijn is of niet en ouders handelen naar deze signalen ten behoeve van het welzijn van het kind. Hierdoor wordt de basis voor gevoelens zoals vertrouwen, veiligheid en verbonden te zijn met anderen al in de eerste levensmaanden gelegd en ontstaat de innerlijke drang te willen leven.

Dat de mens primair gevormd wordt door een combinatie van genetische factoren en (merendeels onbewuste) ervaringen in de kindertijd speciaal die in het gezin zelf (verwijzend naar het klassieke oedipuscomplex waarop de theorie van Sigmund Freud immers is gebaseerd) is als basisprincipe van de psychoanalyse in de spreekkamer van de psychoanalyticus nog steeds van kracht.