Het Onbewuste

Afbeelding uit 1910, de droom van de Wolfman, van de boom met de witte wolven. Dromen zijn volgens Freud de “koninklijke weg naar het onbewuste”.

Het Onbewuste en de Verdringing

Psychoanalytici gaan uit van het bestaan van het onbewuste, een begrip dat geïntroduceerd werd door de Weense psychiater Sigmund Freud (1856-1939) in 1888, en in 1900 in de Droomduiding werd beschreven en rond 1915 als een algemeen geldend grondbeginsel van de psychoanalyse werd gehanteerd. 

Mensen zijn zich van hun gevoelens bewust, echter, een niet onbelangrijk deel van onze gevoelens wordt ongemerkt door verdringing aan het bewustzijn onttrokken als de gevoelens te pijnlijk, ontregelend of te conflictvol zijn. De verdringing is nodig om op dat moment overeind te blijven. Het verdrongene komt terecht in het onbewuste, maar blijkt een bron te zijn voor het ontstaan van ernstige psychische problemen (zie onder psychoanalyse).

Het Ik en het Geweten

Twee andere basisbegrippen van de psychoanalyse zijn het Ik en het Geweten. Met het Ik kunnen we onszelf en de wereld om ons heen reëel beschouwen, onze impulsen beheersen en onze persoonlijkheid tonen. Het superego is ons morele kompas dat gevormd wordt door de strikt persoonlijke verwerking van het Oedipuscomplex (voor meer over het onbewuste, het ik en het geweten zie de fragmenten).

De behandeling en de duiding

Psychoanalytici richten zich in de behandeling primair op de bewustwording van innerlijke, onbewuste conflicten en de daarmee gepaard gaande afgeweerde gevoelsbelevingen, in de overtuiging dat deze de oorzaak zijn van het psychisch lijden van hun cliënten .

De analyticus vormt hypothesen over de ontstaansgeschiedenis (genese) van cliënt’s klachten waarbij samen met de cliënt verhelderende, aannemelijke causale verbanden worden gelegd tussen cliënt’s levensgeschiedenis en het ontwikkelen van hun psychische problematiek.

De analyticus helpt de cliënt om tijdens het (terug-)kijken introspectief te zijn, dwz de eigen motieven, fantasieën, gedachten en handelingen diepgaand te beschouwen, waarbij het empathisch duiden van cliënt’s associaties diens weerstand om pijnlijke gevoelens te beleven doet verminderen om uiteindelijk onbewuste gevoelsblokkades op te kunnen (durven) heffen.

Let wel, de duiding houdt geen waarheid in, maar is een open aanbod tot onderzoek naar verborgenheden in het innerlijk. Het is mooi om te zien hoe cliënten zichtbaar “verruimen” als een duiding hen raakt, je ziet ter plekke een innerlijke bevrijding van wat hun gemoed onbewust bezwaarde.

De wellicht lastig te begrijpen directe relatie die de psychoanalyse legt tussen de werking van het onbewuste en de vorming van ernstige psychische symptomen hoop ik in de fragmenten en de interpretaties van onze personages aan te tonen. Hun belastende en vaak onbegrepen psychische symptomen verloren door de behandeling hun functie, het onderliggende conflict werd helder en begrijpelijk qua persoonlijke ontstaansgeschiedenis (genese) en invoelbaar op een meer genuanceerde manier dan zij gewend waren te beleven.

Psychoanalytici beogen de cliënt toegang te verschaffen tot hun onbewuste. Dat gebeurt in een complex psychologisch proces waarin overdracht en tegenoverdracht altijd aanwezig zijn. In de fragmenten hoop ik dit proces voor de lezer zichtbaar en invoelbaar te maken.