Tine opent zelf ons gesprek met dat ze op Gerwin is afgeknapt. Ze geeft wat voorbeelden, zoals dat hij haar meestal niet laat uitpraten, ongeduldig is en met zijn pen zit te tikken als anderen aan het woord zijn.
Tine: op zo iemand kan ik niet verliefd worden
Ik: was je dat van plan?
Tine moet lachen, beetje verlegen: stel je toch eens voor dat ik toch nog eens echt verliefd word in m’n leven
Ik: echt?
T: ja, echt, dat ben ik nog nooit geweest, ook niet op Karst
–
T: daar rolden we samen in, dat weten we van elkaar, daar zijn we altijd heel eerlijk over geweest
Ik knik
T: ik wilde een gesprek met Karst, nu alles zo anders is geworden, over onze broer -en -zus relatie
Ik: zo benoemen jullie dat?
T: hij wou ook praten, maar zei niet waarover, begin jij maar, zei hij
T: ik zei dat ik alleen wilde wonen, hij schrok en zei meteen dat ik van hem af wou, hij ging huilen en liep weg
Tine kijkt geergerd en haalt haar schouders op: dit is zo shit! Ik heb hier zó geen zin meer in!
–
T: zeg je niks?
Ik: ik volg je
T: oké, maar je springt wel in hè, als ik iets doms ga doen
Ik: zoals toen
T: precies ja
Ik: je wordt kwaad
T: goed gezien
Ik: en bang
T: goed gezien
Ik: prima, we zijn er, blijf in je gevoel
–
T: ik wil alleen wonen, ik wil een volgende stap maken
–
T: een relatie met verliefdheid en echte seks
Ik knik
T: ik wil Karst geen pijn doen
Ik: ik begrijp dat je die gedachte hebt
T boos: als ik vrij wil zijn zal ik hem pijn moeten doen
Ik: wat zou hem pijn kunnen doen, denk je?
T: alles, hij is zo kwetsbaar, weet je, ík heb echt een kind, een dochter, hij niet, hij heeft maar een halfzus!
Ik: voelt hij dat ook zo?
T: geen idee, hij leeft gewoon door, hij laat zo weinig merken, misschien moet jij eens met hem praten
Ik: Karst zou best eens met iemand kunnen praten, niet met mij, maar ik ken collega’s met wie hij dat prima zou kunnen doen
T: ik ga het hem voorleggen, hij heeft gesprekken nodig, voor zichzelf, niet om mij te kunnen loslaten, dat zou egoïstisch zijn van mij
Ik: praat met hem
–
Ik: oké, weer naar jou: dat ik moet inspringen als je iets doms gaat doen, aan welk doms dacht je?
T: dat ik me weer laat inpakken, en dan een verkeerd besluit neem
Ik: snap ik, wat zijn je zwakke punten, waardoor je je kan laten inpakken, neem de tijd
T: goed, je hoort ze de volgende keer