De Divan op De Kring 15 oktober 2026
Spreker Annemiek van Dijke: Dissociatie, Even weg van het Zelf en van het Lichaam
Inleiding Liesbeth Dulaart-Pruyser ‘De Weense Gouden Kooi’, broedplaats voor dissociatie en verdringing
Dissociatie en verdringing, in de ziektegeschiedenissen die Freud vanaf eind van de 19e eeuw publiceerde komen we deze twee klinische beschrijvingen tegen bij een bepaalde groep vrouwen die hij behandelde in zijn spreekkamer aan de Berggasse 19 in Wenen.
Zij leden aan merkwaardige, onbegrijpelijke symptomen.
Ze konden bijvoorbeeld moeilijk slikken, hadden spastische spraakaandoeningen, lichamelijk onverklaarbare verlammingen van hun ledematen, spontane tics of geurhallucinaties, klachten die toen onder ‘hysterie’ vielen, een term die wij in de spreekkamer al lang niet meer gebruiken.
Zij staan in de casuïstiek vermeld als Frau Emmy von N., Fräulein Elisabeth von R., Lucy R. en het tienermeisje Dora.
Zij bevonden zich in welgestelde milieus, zij woonden in prachtige huizen, werden omgeven door personeel, en hadden alles wat hun hartje begeerde.
Desondanks konden zij zich ook ongelukkig voelen in het Wenen van toen met normen
en waarden die vooral voor vrouwen die tot de gegoede burgerij behoorden, verstikkend waren.
Strenge sociale en seksuele controle en inperking van hun zelfstandigheid, zij ervoeren het dag en nacht.
Letterlijk en figuurlijk dienden hun strakke korsetten voor het in toom houden van verlangens naar zelfgekozen ontwikkeling en gezonde seksuele lust.
Freud beweerde dat de zo kenmerkende gevoelsvervreemding die optrad bij de dissociatieve symptomen van deze vrouwen voortkwam uit het langdurig verdringen, vaak al sinds de kindertijd van lústvolle gevoelens en gedachten, van welke zij wisten dat hun sociale omgeving deze verbood.
Door de gevoelsvervreemding werden hun schaamte, schuldgevoelens en vrees voor straf weliswaar aan hun beleving onttrokken, maar de onbewuste lijdensdruk bleef aanwezig.
Bovendien, ondanks de gevoelsvervreemding hadden zij echt wel besef van de frustrerende omstandigheden waarin zij leefden.
Niet dat deze vrouwen letterlijk in hun huis opgesloten waren of niet in aanraking kwamen met vernieuwende en verruimende geestelijke stromingen van die tijd, in tegendeel!
Het hoorde bij hun sociale situatie om deel te nemen aan het culturele leven, zij gingen met hun ouders of echtgenoten naar musea, naar de opera, zij reisden naar andere landen, lazen moderne literatuur, gaven en bezochten soirees waar zij vast wel in gesprek raakten met vrijgevochten types!
Maar hoe ongemakkelijk moeten Emmy, Elisabeth, Lucy en Dora zich dan gevoeld hebben in het museum, bij het kijken naar de sensuele vrouwen op de schilderijen van Gustav Klimt en Egon Schiele!
Zouden zij een schok van herkenning voelen bij het lezen over Madame Bovary en Anna Karenina die verkommerden in hun huwelijk en naar hartstocht verlangden?
Misschien kenden zij vrouwen die samenwoonden en een interessant beroep hadden, zoiets zou wel nooit voor hen zijn weggelegd.
Freud doorbrak het Victoriaanse taboe op vróuwelijke seksualiteit door te erkennen dat vrouwen evenals mannen seksuele verlangens en behoeften hebben.
Let wel, hij zei, vrouwen hebben ze, ze zitten er, maar ze moeten verdrongen worden vanwege de heersende sociale normen in en buiten het gezin en verdringen leidt tot onverklaarbare symptomen.
Hoe nieuw was dat!
Ik denk dat je in die tijd van een voorrecht mocht spreken als je bij Freud in therapie was en dat hij je verloste van het stempel hysterisch te zijn, met de bijklank van aanstellerigheid en in drama verpakt manipulerend gedrag.
Dat je ziek bent geworden door het verdringen van hele normale gezonde gevoelens en dat je kan genézen door jezelf toe te staan deze gevoelens te mogen beleven, bij Freud werd hun lijden serieus genomen.
Freud was toen nog een van de weinige zenuwartsen van wie in de welgestelde Weense kringen bekend was dat hij dissociatieve aandoeningen behandelde door zijn patiënten vrijuit te laten práten over wat hen dwars zat, en niet zoals lang gangbaar was geweest met methoden die wij nu als mensonterend beschouwen.
Bovendien, Freud gaf een prominente plaats aan het duiden van pijnlijke gebeurtenissen uit hun kindertijd, gebeurtenissen die het daglicht niet verdroegen en die hun ouders onder het tapijt hadden geschoven.
Wij weten, dat vroegkinderlijke traumatisering mensen gevoeliger maakt voor (latere) dissociatieve stoornissen, Freud kwam daar toen al mee.
Hielp de nieuwe praatkuur voor de dissociatieve klachten van Emmy, Elisabeth, Lucy en Dora?
Jazeker, Elisabeth en Emmy konden weer dansen en spreken, en Lucy werd bevrijd van de geurhallucinatie van aangebrande pudding.
Zo vrijuit en associërend te kunnen praten over waar ze mee zaten betekende een nieuwe, ongekende vrijheid.
Freud leerde graag en was zijn patiënten dankbaar voor hun ontboezemingen, eigenlijk waren zij samen pioniers in Freuds ontdekking van het onbewuste en de verdringing in relatie met het ontstaan van psychische problemen.
Freuds duidingen gaven Emmy, Elisabeth en Lucy inzicht in hun intieme seksuele gevoelens, gedachten en dromen, zij voelden zich begrepen , maar voor Dora gold dat niet.
Bij Dora mislukte de behandeling, na drie maanden analyse sloeg zij de deur aan de Berggasse met woede en verontwaardiging dicht (mijn fantasie).
Dora had voordat zij bij Freud kwam een dramatische suïcide brief geschreven.
Zij leed aan flauwvallen, had een tic in de vorm van een raar kuchje en veel onverklaarbare lichamelijke klachten.
Dora hongerde naar aandacht en geborgenheid en wilde in een soort van erotische gulzigheid van iedereen liefde van welke aard dan ook en sprak met Freud over al haar onstuimige seksueel getinte fantasieën die Freud dan duidde.
Behalve de adorerende liefde voor Frau K., die duidde hij niet, alsof hij dat onderwerp omzeilde.
Toen Freud stellig beweerde dat zij onbewust verliefd was op Hérr K. sloeg hij de plank zo mis dat Dora besloot met de analyse te stoppen.
Achteraf schrijft Freud het mislukken van Dora’s analyse toe aan dat hij de homo-erotische band tussen Dora en Frau K. niet onderkend heeft.
Latere analytici hebben verondersteld, en ik ook, dat Dora’s dissociatieve klachten haar ‘hielpen’, dus uit zelfbescherming, het wanhopige, onstilbare verlangen naar de ontbeerde liefde van haar moeder, niet te hoeven voelen. Freud had haar totaal niet begrepen, uit wraak voor die misser verbrak zij de behandeling.