Bij geparentificeerde kinderen moet de spreekkamer zo “leeg” mogelijk gehouden worden, zeker in het begin van de behandeling. Alleen Arin en ik, met de therapeutische relatie als instrument om mij geheel op hem te richten en hem vertrouwd te maken met het gevoel dat het alleen om hem mag gaan.
Juist geparentificeerde kinderen hebben de neiging de spreekkamer te vullen met verhalen over diegenen voor wie zij zich verantwoordelijk voelen hun trauma’s te verzachten. Voor Arin gold dat. Niet dat zijn ouders hem hierom vroegen, integendeel, zij spraken zo min mogelijk over wat zij en oma hadden meegemaakt, nee, het zijn juist hun onbewuste signalen waarop Arin reageerde en hun interacties bepaalden.
Ik vroeg mij in het begin van de behandeling over Arin af hoe zijn vader-zoon en zijn moeder-zoon relatie begrepen konden worden.
Ik vind het belangrijk om te vermelden dat Arin gaande de behandeling zijn ouders steeds meer ging waarderen. Dit proces stond niet los van de bewustwording van zijn geparentificeerde verantwoordelijkheidsgevoel.
Ik illustreer dit proces als volgt.
De relatie met zijn vader kenmerkte zich door het gemis van een sterke, omnipotente vader als identificatiemodel voor in Arins cultuur traditionele manlijke kenmerken.
Vader is somber, distantieert zich van gesprekken aan tafel als het hem te moeilijk wordt of explodeert met harde oordelen en betrekt alles op zichzelf (fragment 2).
In het laatste fragment ontstaat er bij Arin een nieuw gevoel voor waardering van zijn vader, niet omdat deze stoer en manlijk is (dan zou de volwassen Arin nog steeds behoefte hebben aan een sterke vader), maar juist omdat vader niet schroomt zijn gevoelens van verdriet en heimwee openlijk te beleven in het contact met zijn zoon.
Dat is voor Arin belangrijk.
Zijn moeder is de voedende, zorgende, bindende factor in het gezin. Ze kan fantastisch koken, ze doet alle boodschappen en brengt uren door in de keuken, ze is graag alleen en leest veel. Zij is hoog opgeleid, toen zij op haar 25ste naar Nederland vluchtte, was ze docent tolk/vertaalster Engels en Frans. In Nederland heeft ze nooit meer gewerkt.
Arin vindt haar dromerig op het afwezige af, en emotioneel niet beschikbaar, hij voelt dat als een leegte tussen hen.
Hij vertelt mij dat hij tijdens de maaltijd met zijn ouders en zus nu eens niet met moeders weerstand om iets moeilijks te bespreken meeging maar erdoorheen brak, hij voelde zich sterk om haar te helpen op een andere manier dan zij van hem gewend was. Hij had het oprechte gevoel het hele gezin mee te laten profiteren van de resultaten van de therapie, van zijn eigen groei.
Moeders verdriet werd zichtbaar, nota bene tijdens de maaltijd, terwijl dat een verboden plek is voor moeilijke gevoelens, vader maakte thee en bleef aan tafel in plaats van weg te lopen.
Op een ander moment is Arin blij verrast te horen dat zij met een Iraanse vriend een oud Perzisch manuscript naar het Engels vertaalt. Ze heeft nu minder tijd (en zin) om boodschappen te doen, haar man helpt haar daarmee. Moeder lijkt haar beroep weer op te nemen.
Arin voelt hun groei, mede door de bewustwording van zijn geparentificeerde verantwoordelijkheid en loyaliteit, kan hij zich bevrijden van de taken die hij in het gezin onbewust op zich genomen had.
Hij kan zijn eigen pad volgen.