We zijn een maand verder.
Fred heeft het album over Eva voltooid.
Het is een maand vol van verdriet, hij moest vaak huilen, ook in de sessies. Maar behalve het verdriet werd hij angstig, hij had een aantal lichte paniekaanvallen, vooral vlak voor het slapen gaan, als hij in bed lag. Hij kon het goed verwoorden: hij was bang dat de geboorte van zijn kleinzoon hem niet minder somber zou maken, daarvan raakte hij in paniek. Hij opperde drie keer per week bij mij komen, om de somberheid te keren en de paniek de baas te blijven. Ik vond het niet zo’n goed idee en zei hem dat. Het werd een verrassend gesprek.
Fred: als ik niet drie keer per week kan komen, dan help je mij niet genoeg
Ik: ik denk dat ik je dan te veel help
F: dat is flauw
–
F: ik heb nog steeds veel hulp nodig om alleen te kunnen zijn
Ik blijf hem aankijken
F: jaja, ik weet inmiddels best dat jij nu wil dat ik naar binnen kijk, zoals je dat altijd noemt
Ik knik
F: ik weet t effe niet
Ik: waar zit je?
F: tja, in niemandsland denk ik
Ik: ahhh dat zeg je mooi, de spijker op z’n kop
–
F bijna fluisterend: ik wil weer iemand
Ik fluister ook: iemand?
–
Ik: iemand tegen de eenzaamheid?
F: als een soort medicijn
Ik kijk hem ernstig aan: voel je je ziek?
F: eerlijk gezegd wel, het gemis
Ik knik
F: bijna 4 jaar nu, een nieuwe relatie zou ik best aandurven
Ik: voel je dat je eraan toe bent?
F: ik denk het, beter gezegd, ik hoop het
Ik knik
F: met iemand samen zijn, een partner, weer een Eva
Ik knik
F ferm: en ik wil ook verhuizen
Ik kijk vragend
F: ik zei dat tegen mijn dochter, dat ik wil verhuizen, ze vond het een prima idee
Ik: zei je ook
F valt mij in de rede: dat ik iemand wil ontmoeten?
Ik: ja dat wou ik vragen
F lacht: nee dat mag jij alleen weten, ik weet niet of mijn dochter dat aan kan
F kijkt een beetje bezorgd, maar ze gaat mij helpen met een huis te zoeken, dat vindt ze leuk
Ik: je maakt jezelf weer vrolijk, net zoals toen je vertelde dat je een kleinzoon kreeg
F: misschien ga ik op een dating site
Ik met glimlach: zo te horen krijg je het veel te druk om drie keer in de week bij mij te komen
F: ik wil het nog steeds, de afgelopen weken had ik het behoorlijk te pakken
–
F: ik heb mijzelf bang gemaakt met de gedachte dat een kleinkind niet zou helpen tegen mijn verdriet
Ik knik
F: ik ben heel blij voor mijn dochter als de baby er is, voor haar ook een nieuw begin denk ik
Ik: dat denk ik ook
F: ik wil ook een nieuw begin, voor mijzelf, iemand
Ik: voor je dochter een eigen kind, voor jou een eigen vriendin?
F: dat klinkt grappig, daar word ik vrolijk van!
Ik: een nieuw begin voor jouzelf, kan je daar iets over vertellen?
F heftig en serieus: ik wil niet meer alleen wonen. Ik kan heus wel alleen zijn, ik spring echt niet van het dak, dat zou ik nooit doen, niet eens durven, mijn kinderen, mijn kleinzoontje, dat doe ik ze niet aan, ik ben nu bijna 4 jaar single, zoals dat tegenwoordig heet, ik red het heus wel maar het is genoeg, het mag niet langer duren, maar ik doe heus niets geks hoor
Ik: stel je mij gerust?
F: ja natuurlijk, en ook mijzelf, maar het alleen zijn voelt soms zo bedreigend, stel dat ik dat altijd blijf voor de rest van mijn leven
–
F: ik ben altijd samen geweest en heb daar nooit spijt van gehad, Eva was ook niet graag alleen
Ik: jullie waren goed samen, en allebei niet graag alleen
F: klopt, maar, … ik ben nu noodgedwongen bijna 4 jaar alleen
–
: dat ik liever met iemand ben dan zonder is toch normaal, dat hebben de meeste mensen
Ik knik
F: ik weet niet of het lukt, een fijn iemand te vinden, maar ik mág het nu van mijzelf, ik vond lange tijd dat het niet mocht
ik knik
F: maar eerst de bevalling, hij is volgende week dinsdag uitgerekend