Marc, het functioneringsgesprek (10)

·

·

,

Marc heeft de therapie enkele maanden stop gezet.

Momenteel komt hij weer regelmatig, alhoewel hij vaak afzegt. Meestal vanwege zijn werk, maar ook omdat hij niets te bespreken heeft, zegt hij. Zijn ziektekostenverzekering keert een  klein gedeelte van het tarief uit, hij wil alleen sessies besteden aan belangrijke dingen.

Nu gebeuren er kennelijk belangrijke dingen, hij heeft mij gebeld voor een afspraak.

Marga’s moeder is ernstig ziek geworden. Marga ging de afgelopen maanden regelmatig naar haar ouders, zij wonen in Noorwegen sinds Marga’s 14de jaar. Zij komt uit een groot gezin, 8 kinderen, van wie er nog 6 met hun aanhang en kinderen met haar ouders in een godsdienstige gemeenschap wonen. Haar oudste zus is overleden toen Marga 18 jaar was, haar zus was 20 jaar en al geruime tijd erg ziek.  Marga is na enige tijd de geloofsgemeenschap uit gegaan, zij was ervan overtuigd dat haar zus onder-behandeld werd, vanwege hun strenge geloofsregels. Marga kon haar ouders dat moeilijk vergeven. Ondanks het gebeuren met haar zus onderhoudt Marga met haar familie een goed contact, zij gaat eens in de paar jaar met de kinderen naar Noorwegen toe, soms gaat Marc mee, en zij verblijven dan in een hotel buiten het dorp. Ze hebben het gezellig met elkaar, genieten van de prachtige natuur  en snijden geen moeilijke onderwerpen aan.

Marc: Marga is nu veel in Noorwegen, ze logeert zelfs bij haar jongste broer, dat is nog nooit gebeurd. Ik weet zeker dat ze mij ontloopt, logisch toch?

Ik: heb je het haar gevraagd? Of ze je ontloopt?

M: nee, dat is zo duidelijk, logisch toch?

Ik: spreek je eens uit

M: ze moet niks meer van mij hebben, dat snap ik wel

Ik: hoe weet je dat? Heb je dat gevraagd?

Marc, schouderophalend: nee, natuurlijk niet, logisch toch?

Ik: Marc! kom eens over de brug, het lijkt mij belangrijk wat je vertelt maar ik zie je steeds schouderophalen en logisch zeggen, wat vertel je mij niet?

M: nou ja, ik kan er niks mee, het is allemaal duidelijk,  ik heb iets stoms gedaan, zij is boos op mij en gaat veel weg, de jongens zijn een paar keer mee geweest, ze vinden het daar fantastisch, veel neven en nichtjes van hun leeftijd, ze doen de leukste dingen met elkaar, met mijn schoonmoeder gaat het weer goed, ik wil het niet te belangrijk maken

Ik: wat?

M: dat Marga en de kinderen in Noorwegen zijn

Ik: en dat ze het naar hun zin hebben…en jij niet? Dat is vast wel belangrijk voor je

M: ik kan toch niet tegen ze op, ze hebben een bondje tegen mij

Ik: nou, dat is nogal wat, waar maak je dat uit op?

M:…ik heb het gevoel dat Marga de jongens verteld heeft wat ik haar geflikt heb

Ik: heb je dat aan haar gevraagd? Hoe weet je dat?

M: nee, maar ze mijden mij, geven kort antwoord, kijken mij niet aan

Ik knik

M: ik laat het maar, ik wacht wel af, zij staan nu sterk, ik kan maar beter mijn mond houden

Ik: daar ga je weer, je niet uiten en je woede opkroppen

Marc begint te huilen:

M: niemand bij ons uitte zich echt, alleen mijn broer, die wel, maar dat was weer over de top

M: mijn zonen zijn ook zo gesloten geworden

Ik: de geslotenheid van de jongens ligt anders, zij hebben de leeftijd om zich los te maken van jullie om volwassen te worden, hun vrienden zijn belangrijk voor ze om gevoelens mee te delen

M: met Marga deed ik altijd leuke dingen, we hoefden niet zoveel  te praten

Ik: maar nu doen jullie samen geen leuke dingen meer en hebben jullie een geforceerde geslotenheid

M: Marga heeft geen boodschap meer aan mij, en de jongens ook niet, ze komen voor zichzelf op. Ze praten weinig maar ineens doen ze iets, of willen ze iets, en dat lukt hun altijd en mij nooit

Ik: is dat het verschil tussen jou en Marga met de jongens?

M: zij laten zich niet de mond snoeren, ik nog steeds wel

Marc gaat rechtop zitten: ik krijg een beeld, die powertape bij mijn ouders, ik had eens een droom over power tape, ik meen dat jij toen zei dat ik zelf de power tape op mijn mond niet weghaalde, terwijl dat wel kon

Ik: dat weet ik nog

M: ik kies er nu ook weer voor, mijzelf de mond te snoeren…

Ik: waar denk je aan? Wat had je willen zeggen?

M: tegen Marga en de jongens, dat ik mee wil naar Noorwegen, ik mag  mijn schoonouders graag behalve dat hele gelovige, maar daar doen zij niemand kwaad mee

Ik: goed dat je die wens kan voelen

M: ik pak het vliegtuig en ga er gewoon heen… wat vind je ervan?

Ik: in plaats van gelaten af te wachten of je weer bij hen mag horen

M: ik ga het Marga mededelen, dat ik eraan kom, ik wil bij ze zijn

Ik: doe maar eens iets dat je niet van jezelf verwacht had

M: dit is een belangrijke sessie