Marc, het functioneringsgesprek (11)

·

·

,

Marc belt met face time vanuit Zweden, hij is inderdaad onaangekondigd naar Marga en haar familie naar Zweden vertrokken, de ontvangst was oké, hij voelt zich vreemd over iets, hij heeft behoefte aan een telefonisch consult.

Marc na eerst verteld te hebben hoe fijn het in Zweden is, de natuur, het wandelen, het vissen, hij heeft nu tijd om te lezen, na het weekend gaat hij weer naar huis, Marga en de jongens blijven nog veertien dagen en dan beginnen de scholen weer.

Ik: vertel, je wil mij spreken, je zei dat je je ergens vreemd over voelt

Marc: ik vind het vreemd dat ik mij goed voel

Ik: zou je je niet goed moeten voelen?

M: zoiets ja

M: ik vind het wel oké zoals het nu gaat

Ik: hoe gaat het nu?

M: iedereen doet gewoon, ik merk geen enkel verwijt

Ik: verwijt?

M: van Marga’s familie

Ik: heeft Marga hen op de hoogte gesteld van jullie problemen?

M: weet ik niet, het lijkt van niet

Ik: heb je dat aan haar gevraagd?

M: nee, dat soort gesprekken hebben wij niet

Ik: dat soort?

M: dat je van alles van elkaar wilt weten, we laten het gewoon zitten

Ik kijk kennelijk verbaasd

M: je kijkt heel verbaasd

Ik: tja…

M met lachje: dat is niet professioneel, jíj moet neutraal blijven!

Ik nog in mijn verbazing: wat hoor je in mijn verbazing?

M: afkeuring!

Ik: tja…verbaas jij je dan niet over hoe jullie doen of er niets aan de hand is?

M: wauw, wij hebben een discussie!

Ik: waarover dan?

M: over je professionele houding

Ik: schrok je van de verbazing op mijn gezicht?

M: nee, ik vind het ook wel grappig, meestal laat je mij niet zoveel zien van wat je denkt, maar nu wel, je valt uit je rol

Ik: zo voelt het voor mij niet, ik was verbaasd, maar sterker nog, ook wat gealarmeerd door jouw houding ten opzichte van Marga en haar familie

M: waardoor dan?

Ik: ik kan het even niet goed formuleren, vrees ik

M: feit is, iedereen doet gewoon tegen mij, het gaat nu om haar moeder

Ik: ja dat begrijp ik

Het gesprek dreigt vast te lopen

Ik: laten we teruggaan naar dat je je afvraagt waarom je je goed voelt ondanks….

M vult aan: al het gedoe en dat ik dat vreemd vind, ik zou er last van moeten hebben volgens jou

Ik: vorige keer vertelde je dat je het gevoel had dat Marga en de jongens geen boodschap meer aan je hebben, ik kon aan je merken dat je daar verdrietig over was

M: dat heb ik nog, maar ik kan me er niet zo druk om maken

Ik: vind je dat niet meer zo erg?

M: ik zal nooit een prater worden, die constatering voelt goed, dat bedoel ik met goed voelen

Ik: ik ga je begrijpen, denk ik

M: ik accepteer het, zoals het met mij is gegaan, ik verzet mij er niet meer tegen

Ik: waarom wilde jij mij eigenlijk bellen?

M: om jouw goedkeuring te horen, het zou mij geruststellen dat jij het oké vindt

dat ik iemand ben die niet voor zichzelf opkomt

Ik: terwijl je voelt en weet dat dat hier en daar wel nodig is

M: ja, precies, ik voel en weet het wel maar besluit er niets mee te doen

Hij ziet mij knikken

M: je begrijpt het, zie ik

M fel: ik denk ook steeds meer na over mijn relatie met mijn vader, die laat werkelijk álles over zijn kant gaan

Ik hoor een ingehouden woede in zijn stem

Ik: jullie lijken op elkaar

M boos: echt niet hoor

Ik: nu ben je niet alleen boos op je vader maar ook op jezelf, probeer dat te voelen

M: jíj maakt me nu boos, ik zeg juist dat het me allemaal niks meer kan schelen, dat kan ik heel goed voelen

Ik: niks meer kunnen schelen is niet een gevoel waar we in deze spreekkamer mee dealen

M: oké, boos zijn op mijn vader is te laat

Ik: je zei dat je accepteert dat je iemand bent die niet voor zichzelf opkomt

M: dat meen ik

Ik: dan ga ik het deel van jou verdedigen dat daar geen genoegen mee kan nemen

M: probeer maar

Ik: dat deel dat báng is het voor zichzelf op te nemen

M: op dat deel moet ik boos zijn van jou

Ik: of er aandacht aan moet besteden

M: ik vind dit een vervelend gesprek

Ik: je vindt mij vervelend

M: ja

Ik: houd dat vast en leg het me uit

M: ik zal je iets vertellen, Olle, mijn jongste zoon is heel erg gesloten, echt meer dan normaal voor een puber, we hadden een aanvaring, hij wou iets gevaarlijks doen bij een waterval, tenminste, ik vond het gevaarlijk. Hij leek zich niets van mijn mening aan te trekken, pakte z’n spullen en liep weg. Ik liep hem achterna en greep hem bij z’n arm en schreeuwde naar hem: “waarom wil je zoiets gevaarlijks doen!” hij schreeuwde terug “dat gaat jou niets aan”. Ik hing aan zijn rugzak om hem tegen te houden, hij rukte zich los, toen begon ik te huilen, dat hoorde hij en hij draaide zich om, keek stomverbaasd naar mij “wat heb jij nou”? Ik voelde me radeloos “ik ben zo bang dat jou iets overkomt” .Hij: “maar dat gebeurt niet, ga dan mee, dan kan je het zien”

Marc huilt

Ik: je kwam voor jezelf op, je liet je zien

M: hij zei wat ik mee moest nemen, we gingen naar de waterval, er waren meer mensen, wat ze gingen doen is nu niet belangrijk, ik bleef aan de kant en keek hoe behendig ze allemaal waren, ik was trots op hem en zei hem dat. We gingen naar huis, hij zei dat hij het heel fijn had gevonden dat ik met hem mee was gegaan, dat ik op hem gepast had, dat vond hij fijn, ik had hem nog veel meer willen zeggen, dat ik hem niet kwijt wil, en Marga en Finn ook niet, maar ik zei het niet

Marc is niet meer in strijd met mij, ik zeg hem dat

Marc knikt: ik begrijp wat je deed, jij past op mij, dat is nodig

Ik: jij kan dat toelaten