Een week na de droom over de Bosnische mensen op het Museumplein verrast Jasmin mij met te zeggen: ik denk dat ik het moeilijkste deel van de therapie achter de rug heb. Ik heb echt minder last van het wegwazen, en ik voel het aankomen, die droom kon ik ook zo goed voelen,
Ondanks dat ze zelf de sessie hiermee opent, wil ze eerst over iets anders met mij praten.
Jasmin: we waren uitgenodigd voor een feestje op Jos zijn werk, niets officieels, ik had me een beetje opgetut en iets leuks aangetrokken, dacht ik, maar Jos vond het saai wat ik had uitgekozen. Hij zei: waar is het mooie Bosnische meisje met wie ik getrouwd ben?
Door die droom denk ik, ik had hem over die droom verteld, was ik even verward over wat hij zei. Hij pakte mijn hand en nam mij mee naar de slaapkamer en zocht iets anders uit dat ik van hem moest aantrekken. Ik vond het prima, trok het aan en ineens zag ik die vrolijke Bosnische mensen op het Museumplein weer voor me. Hij had een kleurrijke blouse uitgezocht van glanzende stof die ik bijna nooit droeg
J: kan je mij volgen?
Ik knik
J: ik bleef de beelden uit de droom zien, Jos reed naar het feestje, ineens realiseerde ik mij dat de Bosniërs uit mijn droom van mijn leeftijd waren, ongeveer. Ik vroeg me af of ze allemaal met hun moeder gevlucht waren, in dezelfde tijd als ik, dat dacht ik dus bewust. Ik voelde een sterke behoefte om met ze te praten, ik wist dat de mensen uit de droom niet echt waren. Maar de behoefte was heel sterk, met mijn eigen mensen praten over onze geschiedenis, dat leek mij heerlijk, terwijl ik dat gewoonlijk van mij afhoud, ik voel mij heel Nederlands, hoe vind je dit allemaal?
Ik: mooi! En dan noemt Jos jou zijn Bosnische meisje!
J: en droom ik van Bosnische mensen!
We glimlachen samen
Ik: kijk nog eens naar je droom, waar zou je op willen reageren?
Jasmijn neemt de tijd, ze vertelt de droom weer en blijft stilstaan bij dat zij niet in klederdracht is en dat ze daarom niet tot de kring wordt toegelaten
J: dus moet ik er iets voor doen om bij ze te horen, best duidelijk toch?
Ik knik
J: ik ga maar eens op zoek, een Bosnische club, of Bosnische les
Ik: ken je helemaal geen Bosnische mensen?
J: nee, we kennen alleen mijn tante bij wie we een tijd gewoond hebben
Ik: was er niet een collega op je werk die een Bosnische vrouw had?
J: die collega werkt al een tijd ergens anders
Ik: hoe zou het voor je voelen om Bosnische mensen te ontmoeten?
J: best leuk denk ik, ik ga het doen, je hoort van mij, ik ben blij met deze droom
–
Ik: volgens mij ging de droom nog verder
J: nee, hoe dan?
Ik: je mocht niet in de kring, en toen liep je weg, weet je nog wel?
–
J: ik weet het echt niet meer, dan is het vast niet belangrijk
Ik: of juist wel
J: jij denkt aan iets, zeg jij het maar
Ik: je liep een straat in
J: aaaahh natuurlijk, jóuw straat, dat was ik helemaal vergeten
Ik: je liep mijn straat in
J: naar jouw huis
Ik knik
J: naar jou
We hoeven niks te zeggen.