Fred, rouw (13)

·

·

,

Vandaag is de laatste sessie, de bloemen die hij mij de vorige week gaf staan nu in een vaas, het boeket is iets uitgedund maar nog even prachtig, Fred knikt goedkeurend naar de bloemen en opent monter het gesprek over het nieuwe grind op het tuinpad, de libellen boven het vijvertje, hij neemt de tijd, pauzeert af en toe en kijkt mij dan aan, maar ik houd mij stil, en dan…

Fred: dit is voor mij een bijzondere afsluiting, je hebt veel voor mij betekend, veel goeds

Hij is nog niet uitgepraat, merk ik,

F: ik heb mijzelf heel openhartig gevoeld bij jou, voor mijn doen dan, ik vroeg mij af of jij je bij mij openhartig hebt gevoeld?

Ik: dat is een mooie vraag

F: ik bedoel vrij om mij te zeggen hoe je over mij denkt, hoe je mij ziet, en dan niet als therapeut, maar van mens tot mens

Ik: ik snap wat je bedoelt, wel, als therapeut zeker, maar van mens tot mens heeft toch een andere context, denk ik

F: ik vraag dit aan je naar aanleiding van een gesprek met mijn kinderen, ze waren bij mij om mij even te helpen in de tuin en bleven eten. Ik vertelde dat ik de volgende week voor het laatst bij jou zou komen, ze weten dat de therapie belangrijk voor mij is. Ik vroeg aan ze of ze mij veranderd vonden. Roos is een spontane meid, die riep meteen uit, je bent nooit meer somber! Ze sloeg haar armen om mij heen” daar ben ik zo blij om”.

Maar Gerben aarzelde voordat hij iets ging zeggen. Hij vond mij eigenlijk niet zo veranderd, wel minder obsessief zoals met de albums over Eva, maar hij vond mij af en toe nog iets te hulpeloos dan nodig was, dat kende hij van vroeger van mij, hij had dat altijd vreselijk gevonden, maar dat vond hij nu niet meer erg, hij vond het leuk om mij te helpen en dan wat te praten samen. Hij besefte dat hij altijd een soort afstand tot mij had gevoeld, zo anders dan mijn band met Roos

Fred aarzelt voordat hij verder gaat: maar, hoe zal ik dit zeggen, Gerben zei dat het voor hem makkelijker was om met mij te praten omdat hij had gemerkt dat ik luisterde, echt luisterde, zonder zo’n vage afstand, hij voelde dat en durfde daardoor openhartiger te zijn en vertelde hij graag iets over zichzelf, en dát vond hij in mij een verandering

Ik: Gerben vond je toegankelijker geworden

F knikt instemmend: toegankelijk noem jij dat, door de therapie?

Ik: zou best eens kunnen, hoe voelt dat, Fred?

F: ik wil dat heel graag 

Ik: en het gebeurt al, luister maar naar je zoon

F: heb jij gemerkt dat ik toegankelijker werd?

Ik: ik geef je de vraag terug: heb je het zelf gemerkt?

F: ik heb het gevoel dat ik in het begin alleen maar tegen je zat te praten, je zei niet zoveel, eigenlijk zat ik te vol om naar je te kunnen luisteren, ik liet niet tot mij doordringen wat je zei

Ik: je was nog niet toegankelijk om naar jezelf te kunnen luisteren, laat staan naar mij

F: ja dat heb ik gemerkt, toch werd ik rustiger en vond ik het wel interessant wat je zei, zo nieuw, het ging anders voelen, er gingen deuren open in mij, ahh, dat is een goede metafoor, mijn deur stond ineens open

Ik: ik ga mee met je metafoor: je deur stond open, voor je eigen binnenwereld, en voor de binnenwereld van de ander, Gerben heeft dat mooi verwoord

F: dat is voor hem ook goed, denk je niet?

Ik: zo werkt het

F: ik kwam hier vanwege somberheid en obsessies, en ik vertrek met toegankelijk zijn,

hoe mooi is dat!

Fred stapt over met het vertellen van het nieuwe grind, waar geen mos op kan komen. Hij ziet dat de tijd om is, staat op, geeft mij een stevige hand, wenst mij een fijne zomer en vertrekt.