Arin, psychoanalytische interpretatie bij fragment 5

·

·

,

Arin droomt dat hij zich in een labyrint bevindt. Labyrint-dromen komen veel voor. Maar eerst een persoonlijke bekentenis van mij aan de lezer: ik vind dromen ongelofelijk interessant, het fenomeen dromen en de inhoud van de droom. Ik droom veel, toen ik klein was vertelde ik aan de ontbijttafel wat ik gedroomd had, ’s nachts bestormde ik sowieso de slaapkamer van mijn ouders om mijn enge dromen te vertellen, maar vooral voor mijn onbegrijpelijke dromen wilde ik aandacht. Misschien merken mijn cliënten dat ik dromen en de droom liefheb als ik te gretig reageer op hun mededeling dat ze gedroomd hebben, anyway, Arin kwam met een echt prachtige droom die ik de lezer niet wilde onthouden en waarvan ik slechts éen aspect interpreteer, ik leg uit waarom.

Arin wordt blij van deze droom, terwijl er genoeg angstig materiaal in zit: in het labyrint voelt hij angst opkomen, hij wil weg, hij wil iets terugschreeuwen naar James maar zijn keel zit dicht. 

Nee, een echte angstdroom is pas als hij over zijn oma droomt, niet slaagt voor zijn eindexamen of zijn huis niet vindt, zegt hij.

Vindt hij daarom deze droom mooi?

Hoewel Arin de angstige elementen in de droom wel vertelt, is zijn mimiek vlak, hij vertoont hij geen angstige emoties

Behalve als hij zegt dat hij de droom mooi vindt, hij zegt dat met een dromerige blik, dan zie ik affect.

Het onderwerp gay en de uitgebannen seksualiteit zijn ook non-issues, hij maakt ze weg, met rationaliserende afweer.

Waar het in deze fase bij Arin om gaat is dat hij wég wil, wég van alles, van zijn ouders, de trauma’s, van kantoor met haar regels, James wil met hem zijn, maar ook dat is Arin teveel, dat kan hij James niet zeggen, daarom knijpt zijn keel dicht.

De droom laat een splitsing in zijn gevoel zien: hij wil alleen het goede voelen, er is geen plaats voor ambivalentie, het angstige is te bedreigend, hoewel de droom het angstige aanbiedt wordt het niet gevoeld.

Die wens naar vrij zijn, zich ontlasten van ballast, vrij zijn van de parentificatie, hoor ik in zijn droom, hij is zich aan het losmaken.

Daarom ga ik alleen in op zijn wens naar vrijheid, omdat ik weet hoe gevangen hij zit.