Tine, een klik met je therapeut (13)

·

·

,

Tine heeft voor de zoveelste keer aanstalten gemaakt om Karst te vertellen dat ze alleen wil wonen, maar deinst ervoor terug hem ongelukkig te zien, want hij wil dat ze samen blijven. Karst stelt uiteindelijk voor een huis te kopen, waarin het mogelijk is voor Tine een apart woongedeelte te creëren, maar dat vindt Tine half werk. Ze uit haar ongenoegen naar mij dat ze nu weer in een dilemma beland is, net zoals ze voor het eerst bij mij kwam.

Tine: onze sessies zijn bijna op, ik ga beslist niet langer bij je komen omdat ik geen besluiten kan nemen

Ik: mee eens

T: ahh, weer een klik met je, we zijn het eens

Ik: toch gaat je dilemma van nu over hetzelfde als het dilemma waarmee je bij mij kwam:  je wilt geen keus maken die een ander pijn kan doen

T: helder

Ik: blijft dat zo denk je?

Tine kijkt mij fronsend aan: dat klinkt hard, je geeft me op mijn kop

Ik: ik moest hard tegen je zijn, je waarschuwen als je iets doms ging doen, weet je nog wel?

T: omdat ik zwakke plekken heb, ik kan niemand zien huilen

Ik: is dat een zwakke plek?

T: ja, dan raak ik in de war, weet ik niet hoe ik, moet kijken, ik voel mij dan totaal onthand, mijn maag draait om, mijn benen trillen

Ik: dat is een sterke reactie

T: ik had dat voor het eerst toen mijn vader stierf, mijn moeder huilde verschrikkelijk, dagenlang, ik kon haar niet troosten, ze duwde me weg, ik huilde in mijn eentje op mijn kamer

Ik: dat is een zware herinnering

T: Eva was een huilbaby, ik trainde mijzelf haar vast te houden als ze huilde, dat hielp niet, toch voelde ik mij beter als ik bij haar bleef dan dat ik haar in haar wiegje terug legde

Ik: je vertelt iets belangrijks: kan je in gedachte je moeder, Eva en Karst vasthouden en  tegen je aandrukken?

T: ja 

Ze doet haar ogen dicht

Na een poosje opent ze haar ogen

 T: ik weet niet wat ik moet zeggen

Ik leg mijn vinger op mijn lippen

Ik: en nu, je moeder, Eva en Karst staan om je heen en drukken jou tegen zich aan

Ze sluit haar ogen, na een poosje:

T: dat lukt niet

Ik zie het, ik ga je helpen: vertel me wat je voelt als je moeder, Eva en Karst om je heen staan

Dat doet ze

Ik: wat voel je daarbij?

T: niks

Ik: stel je voor dat ze bijna tegen je aan staan 

T: wauw!!

Ik: wat voel je?

T: ik word bang dat ze een stap terug doen

Ik: maar dat doen ze niet

T: ik wil dat ze blijven

Ik: kan je dat vragen?

T: pfff

Ik: ik wil het horen

T zachtjes: willen jullie mij vasthouden?

Ik: ik hoor niks

T: ietsje harder: ik wil dat jullie mij vasthouden

Ik: zoals jij hen deed

T in haar rol: ik houd jullie toch ook vast!

Tine huilt

T: wat een mooie oefening

Ik: kan je hem thuis doen?

T: dat doe ik zeker