Arin is al een aantal manden in Londen, zijn stage gaat goed, om de twee à drie weken is hij een dag in Amsterdam, dan heeft hij een bespreking met zijn team en verblijft hij in zijn appartement, dat hij aan heeft gehouden en waar zijn zus af en toe in verblijft. Ook komt hij op die dag bij mij voor een lange sessie.
Arin na een poosje gebabbeld te hebben over Londen: ik heb het goed geregeld allemaal, het gaat zo makkelijk, als vanzelf, ik voel me echt prima, maar ik heb vandaag iets met je te bespreken, je hoeft je geen zorgen te maken
Ik: wat betekent dat laatste?
A: nou ja, jij bent de plek voor mijn zorgen, die mag ik van jou hebben en bij jou vertellen, oké, je weet dat ik een oudere broer heb, Darius, weet je het weer?
Ik: ja
A: heel in het begin heb ik je gevraagd of je het goed vond dat ik niet over hem sprak, in onze sessies, ik wou daar nog even mee wachten, ik maak mij nu zorgen
Ik: zorgen over hem
A: ja
Ik: je wilt je zorgen over hem met mij delen
A: ja delen, ik zorg wel voor hem
Ik: bedoelde je dat met dat ik me geen zorgen hoefde te maken
–
A: jij bent van mij, ik bedoel jij bent er voor mij
Ik: je wilt mij niet met Darius delen
A: nee, want dan ga ik samen met jou voor hem zorgen, jouw focus is op mij
ik knik
Ik: het doet me denken aan éen van de eerste keren dat je bij mij kwam en veel over je moeder sprak, over het gemis van háar moeder
A: natuurlijk weet ik dat nog, je zei toen dat mijn moeder jou ook wilde, als vervanging van haar eigen moeder
Ik knik
A: haar verdriet blijft, maar het gaat wel beter met haar, ze vraagt vaak naar de therapie en naar jou, ze geeft wel eens de groeten van haar aan mij mee, voor jou
Ik: dat vind ik heel bijzonder
A: ja ik ook, mijn moeder is ook bijzonder, weet je dat ze al een tijdje een Iraanse professor assisteert bij het vertalen van oude Perzische teksten?
Ik: nee dat wist ik niet
A: mijn vader is trots op haar, terwijl zij met Farid werkt doet hij boodschappen en kookt hij, ik ken hem ook, hij komt vaak op bezoek en dan praten ze over hun families die in Iran zijn
Ik: ben je daar bij?
A: soms, maar liever niet, zij zijn erg klassiek, ik niet, ik ben een moderne Nederlandse man van Iraanse afkomst
Arin klinkt trots en vrolijk: en steeds meer Engels, het gaat goed met mij
Ik: dat is fijn, maar je maakt je zorgen ver je broer, ik ga luisteren
A: alles hier is geheim
Ik: ja
A: Darius woont in Wenen, hij is nu 30 jaar, getrouwd met een Oostenrijkse vrouw, éen kind, mooie baan bij een handelsfirma, we hebben goed contact, hij komt regelmatig naar Amsterdam naar onze ouders, dat is heel gezellig, dan zijn Leila en ik er ook
Al vertellend verandert zijn blik: laatst belden wij samen, ik vertelde enthousiast over Londen, ineens zei hij out of the blue weet je nog wel dat we vroeger speelden dat we in Iran woonden en gedood werden door het regiem?
Even lijkt het erop dat Arin gaat huilen, maar hij slikt het weg
Ik: gaat het, Arin?
A: ik zag het voor me en voelde het weer: ik was samennet hem in zijn kamer, ik was denk ik zes en hij tien jaar, eerst maakten we elkaar bang met enge verhalen over de gebeurtenissen in Iran, en dan verzonnen we in details hoe we het liefste vermoord wilden worden, het minst ergste
Ik zie dat Arin gaat hyperventileren en grijp in: ga staan Arin, kom, we gaan even naar de keuken, vers water halen, kijk me aan, hier is een koud doekje voor je gezicht (ik zie dat hij hevig transpireert)
A: mijn keel zit dicht
Ik: nee dat kan niet, dat voelt alleen zo, haal adem door je neus en door je mond weer uit, en neem een slokje water
Dat doen we en aantal keren, het gaat weer goed, we gaan naar binnen
Ik: dat is een zwaar verhaal, goed dat je mij dit vertelt, deden jullie dit spel vaak?
A: eerst af en toe, maar hij wou steeds vaker, ik niet, ik sputterde tegen, maar hij drong aan, ik begreep het niet
Ik peinzend: dat Darius steeds vaker wilde?
A: en als we dan weer levend waren dan zei hij ohh dat voelt lekker! Maar ik voelde dat niet, ik bleef heel lang heel bang
Ik: had hij dat in de gaten?
A: nee, denk ik niet, hij kwam in een soort roes, hij zag mij niet, het leek of hij dan gelukkig was
Ik knik: ja, daarom wilde hij steeds vaker dit spel doen
A: ik snap het, de roes is de beloning, als hij daar in zat, kon ik weg, naar mijn eigen kamer, hij merkte het niet eens, zo weg was hij, ik voelde me vreselijk maar vertelde het niet aan mijn ouders
Ik knik
–
Ik: hoe ging jullie gesprek verder?
A: dat is waarom ik mij zorgen maak over hem, hij zei dat hij vaak aan ons spelletje dacht en dan in een soort angst terecht kwam die hij niet kende, dan werd hij beroerd, ging hevig transpireren en zijn borst werd heel zwaar, alsof hij een hartaanval had. Dus niet meer in die roes. Maar wat hij beschreef was gewoon een paniekaanval, dat zei ik hem en dat hij een psycholoog moest consulteren.
En wat hij toen zei vond ik zo grappig: hij zei: naar een psycholoog!!! Dat kan ik niet doen tegenover pa en ma! Die denken dan dat ik geestelijk gestoord ben, dan flippen ze. Exact wat ik altijd voelde. Ik vertelde dat ik dat precies zo had gehad en hen gerustgesteld had met het stofjes verhaal. Toen moesten we allebei lachen.
Ik knik
A: ik ben uitgeput! Ik ga straks even het park in.
Ik: hoe gaat het met je keel?
A: niks aan de hand
Ik: wat gebeurde er met jou toen je mij over het telefoongesprek met Darius vertelde?
A: dat het zo in mij zit, die verhalen, mijn oma, Darius heeft dat dus ook
Ik knik
A: komen mijn broer en ik hier ooit los van? Hoe doen mensen dat? Ik zou mezelf ook heel slecht vinden als ik nooit meer aan mijn oma dacht, dat ik haar expres wil vergeten
Ik: dat is een diepe loyaliteit met haar lijden, het is goed dat je dat mag voelen, dat gevoelen kan je aan, je hoeft het niet te verdringen
A: die loyaliteit wil ik houden, dan respecteer ik mijzelf en dat doe Ik niet als ik haar vergeet
Ik knik
A: misschien voelt ze wel dat we allemaal nog aan haar denken
Ik: dat is een zachte gedachte
A: een zachte gedachte, dat voelt rustig, dat ga ik aan Darius vertellen
Ik: door zo’n zachte gedachte over je oma kan je in balans blijven, je geestelijk evenwicht voelen, dan hoef je niet bang te worden, of zoals Darius, een paniekaanval te krijgen
A: ik hoop het voor ons…. mag ik nog even over Tjeerd praten met je? Hij komt regelmatig naar Londen, we doen nog niet aan……uhh lichamelijke dingen, wel een beetje verder met…..knuffelen