Arin is al een aantal manden in Londen, zijn stage gaat goed, om de twee à drie weken is hij een dag in Amsterdam, dan heeft hij een bespreking met zijn team en verblijft hij in zijn appartement, dat hij aan heeft gehouden en waar zijn zus af en toe in verblijft. Ook komt hij bij mij voor een lange sessie.
Arin na een poosje gebabbeld te hebben over Londen: ik heb het goed geregeld allemaal, het gaat zo makkelijk, als vanzelf, ik voel me echt prima, maar ik heb vandaag iets met je te bespreken, je hoeft je geen zorgen te maken
Ik: wat betekent dat laatste?
A: nou ja, jij bent de plek voor mijn zorgen, die mag ik van jou hebben en bij jou vertellen, oké, je weet dat ik een oudere broer heb, Darius, weet je het weer?
Ik: ja
A: heel in het begin heb ik je gevraagd of je het goed vond dat ik niet over hem sprak, in onze sessies, ik wou daar nog even mee wachten
Ik: ja dat weet ik
A: alles hier is geheim
Ik: ja
A: Darius woont in Wenen, hij is nu 30 jaar, getrouwd met een Oostenrijkse vrouw, éen kind, goede baan bij een handelsfirma, we hebben goed contact, hij komt regelmatig naar Amsterdam naar onze ouders, dat is heel gezellig
Al vertellend verandert zijn blik
Ik: maak jíj je zorgen over hem?
A knikt: laatst belden wij samen, ik vertelde enthousiast over Londen, ineens zei hij out of the blue weet je nog wel dat we vroeger speelden dat we in Iran woonden en gedood werden door het regiem?
Even lijkt het erop dat Arin gaat huilen, maar hij slikt het weg
Ik: gaat het, Arin?
A: ik was er weer, ik was denk ik zes en hij tien jaar, samen op zijn kamer, eerst maakten we elkaar bang met enge verhalen over de gebeurtenissen in Iran, en dan verzonnen we in details hoe we het liefste vermoord wilden worden, het minst ergste
Ik zie dat Arin gaat hyperventileren en grijp in: ga staan Arin, kom, we gaan even naar de keuken, vers water halen, kijk me aan, hier is een koud doekje voor je gezicht (ik zie dat hij hevig transpireert)
A: mijn keel zit dicht
Ik: nee dat kan niet, dat voelt alleen zo, haal adem door je neus en neem een slokje water
Dat doen we en aantal keren, het gaat weer goed, we gaan naar binnen
Ik: dat is een zwaar verhaal, goed dat je mij dit vertelt, deden jullie dit spel vaak?
A: eerst af en toe, maar hij wou steeds vaker, ik niet, ik sputterde tegen, maar hij drong aan, ik begreep het niet
Ik peinzend: dat Darius steeds vaker wilde?
A: en als we dan weer levend waren dan zei hij ohh dat voelt lekker! Maar ik voelde dat niet, ik bleef heel lang heel bang
Ik: had hij dat in de gaten?
A: nee, denk ik niet, hij kwam in een soort prettige roes
Ik knik: ja, daarom wilde hij steeds vaker dit spel doen
–
Ik: hoe ging jullie gesprek verder?
A: dat is waarom ik mij zorgen maak over hem, hij zei dat hij vaak aan ons spelletje dacht en dan in een soort angst terecht kwam die hij niet kende. Maar wat hij beschreef was gewoon een paniek aanval, dat zei ik hem en dat hij een psycholoog moest consulteren.
En dit vond ik zó grappig: hij zei: dat kan ik niet doen tegenover pa en ma! Exact wat ik altijd voelde. Toen moesten we allebei lachen.
Ik knik
A: ik ben uitgeput! Ik ga straks even het park in.
Ik: hoe gaat het met je keel?
A: niks aan de hand
Ik: wat gebeurde er met jou toen je mij over het telefoongesprek met Darius vertelde?
A: dat het zo in mij zit
Ik knik
A: komen mijn broer en ik hier ooit los van? Hoe doen mensen dat?
Ik: door in een balans te komen die acceptabel is en je eigen ontwikkeling niet in de weg staat, zo te zien lukt je dat en je broer ook
A: ik hoop het voor ons…. mag ik nog even over Tjeerd praten met je? Hij komt regelmatig naar Londen, we doen nog niet aan……echte seks…. wel een beetje verder met…..