Wim en Mary, de gestorven vader (10), Slot

·

·

,

Tot mijn verbazing staan Wim en Mary samen voor de deur. Mary, kordaat en verlegen tegelijk, introduceert zichzelf met: jij bent zo flexibel, ik mag vast wel met Wim meekomen. Ik vind het grappig en ben benieuwd naar de reden van haar komst. 

Wim is een aantal maanden alleen gekomen, volgens onze afspraak, het ging vaak over de band met zijn moeder, voor Mary was het geen onderwerp meer. Zij was bezig met het onderzoek naar het oorlogsverleden van haar vader en grootvader, hij is een paar keer met haar meegegaan naar Den Haag. Ik wil op afronding aansturen, Wim stemt daarmee in, wel met de vraag of hij altijd terug mag komen. 

Ik kijk naar Mary, ze is veranderd, ze kijkt zacht, niet in staccato, zoals ik haar ken.

Ze legt haar hand op Wims knie, terwijl ze over het onderzoek vertelt. Haar grootvader was inderdaad na de oorlog gestraft voor zijn actieve collaboratie met de bezetter. 

Mary, Wim aankijkend: je hebt mij enorm gesteund, vooral dat je naast mij zat bij het lezen van het dossier

Wim: ja dat weet ik, het leek me zwaar voor je

Ze kijken elkaar vriendelijk aan.

Ik richt mij tot Mary: vertel me waarom je vandaag met Wim meekomt

M: dat weet ik niet precies

W: ik ook niet, je pakte je jas en je tas en je zei: ik ga mee naar Liesbeth

Ik: weer samen hier?

M: zoiets ja

Ik: je voelt je samen met Wim

M: ik denk dat het dat is, je hebt mij vooral tégen Wim gezien

Ik: ik denk dat ik je begrijp

W: ik heb Mary verteld dat ik ook met de therapie kan stoppen, dat voelt goed 

M: ik vind het fijn om samen met Wim bij jou te stoppen

W: samen uit samen thuis

Ik knik

M: dit was onze tweede therapie bij jou, verspreid over veel jaren

W: allebei ging het over ons chronische geldgebrek

M: en dat jij op de bank zat

W: ik wilde thuis zijn voor de kinderen, weet je nog wel?

Ik: het ging ook over jullie ouders

W: misschien was dat wel het beste deel

M: uiteindelijk voor mij ook

Ik: bijzonder dat dit nu zo voelt voor jullie

M: ik vind dat ik klop

W: ik klop ook

Ik: en samen kloppen jullie ook

We lachen alle drie.