Na de winter hebben er nog enkele gesprekken plaats gevonden. Marc en Marga gaan verhuizen naar een plek buiten de stad met veel ruimte voor tuinieren en Marcs verzameling van archeologische voorwerpen. De therapie bevindt zich in de afbouwfase, de datum van de verhuizing bepaalt de laatste sessie.
Het gaat goed met Marc en zijn gezin, ze verheugen zich alle vier op de nieuwe woning en vooral op de plek, naast het bos en dicht bij een grote rivier, waar Marc verwacht veel archeologische vondsten te doen nu de rivierbeddingen steeds droger worden.
M: ik had altijd verdriet, dat wist ik niet
–
M: sinds vorig jaar voel ik mijn verdriet
–
M: er gebeurt momenteel niets verdrietigs bij mij thuis, integendeel, maar ik voel mijn verdriet, in een soort onderlaag
–
M: ik vind dat niet erg
–
M: ik was bang voor mijn verdriet
–
M: toen ik bij jou kwam was ik leeg, geen plezier, geen verdriet, echt leeg
–
M: het duurde lang voordat ik besefte dat ik mijzelf leeg hield
–
Ik: je eigen aandeel daarin
M: ja, ik hield het lege vast
Ik: je dacht slecht over jezelf
M: dat kon ik nog voelen
Ik: wat niet prettig is
M: nee, dan maar liever leeg
Ik: dat was je motief, niet voelen om geen nare dingen te voelen
M: mijn hele gevoel was arm
Ik: ook voor het mooie
–
M: ik ben compleet geworden
–
M: ik kan hiermee verder
Ik knik
M: na de verhuizing kom ik hier niet meer
Ik knik
M: ik laat je achter en ik neem je mee