Ik ontvang een whatsapp van Jasmin, s’ avonds om half tien, het bevat 1 zinnetje: ik voel mij raar, heb je even tijd, mag ik je nu bellen? Ik vertrouw mijzelf niet. Voordat ik antwoord belt ze mij al.
Jasmin: ik voel mij raar, in mijn bovenlichaam en mijn hoofd
Ik: waar ben je?
J: in mijn hotelkamer, ik ben net terug van het diner met mijn collega’s, het was hartstikke leuk en nu ineens dit
Ik: je zegt dat je jezelf niet vertrouwt?
J: kan het zijn dat ik een paniekaanval heb?
Ik: dat zou kunnen
J: ik wil niet iets raars doen in mijn paniek
Ik: aan welk raars denk je?
J: ik heb een aantal slaappillen bij me, als ik er drie neem in plaats van 1, dan val ik lekker in slaap
Ik: denk je dat je niet kan slapen?
J: als ik uren wakker lig ben ik morgen niet fit
Ik: wat heb je morgen te doen?
J: een heel belangrijke presentatie, mijn visie geven over het nieuwe stadsdeel, je weet wel, daar heb ik je over verteld
Ik: ja dat weet ik
J: ik tril helemaal, mijn hoofd zweeft, wanneer houdt dat op, dit is zo raar
Ik: je hebt waarschijnlijk een paniekaanval, die is straks voorbij
J: echt?
Ik: ja echt, we gaan praten
J: ik wilde eerst mijn man bellen maar ik heb dat niet gedaan
Ik: waarom niet?
J: hij is dan heel bezorgd en geeft mij allemaal aanwijzingen die ik zelf wel weet, hij zegt dan dat mijn paniek nergens voor nodig is
Ik: probeer so wie so je op je ademhaling te richten, ga naar je buik, je kent die oefening, die hebben we wel eens eerder gedaan, leg je trillende handen op je buik, dan kan je meteen zien wanneer het trillen vermindert, doe je dat even?
J: ja ik doe het, ik was bang weer weg te wazen, denk je dat ik dat kon gaan doen?
Ik: als je een paniekaanval hebt kan je niet tegelijkertijd wegwazen, door de paniek ben je je juist heel bewust van je lichaam
J: ahhh zo zit dat, dat stelt mij gerust, ik ben blij dat ik je gebeld heb
Ik: had je prettige dagen met je team?
J: ja het was fantastisch, we hebben ook veel samen gewandeld, het was buiten zo fijn, ik kreeg videootjes van mijn ouders en man over Olek, hij is heel vrolijk, eet, drinkt en slaapt prima, hij is in goede handen, hij voelt zich veilig …zo noem jij dat toch?
Ik: veilig…voor jou een lastig begrip
J: ja, ik weet wel wat het betekent maar het is meer iets normaals voor andere mensen, voor mijn moeder en mij in elk geval niet, hoewel mijn moeder en ik natuurlijk al lang veilig zijn in Nederland
Ik: veilig zijn en veilig voelen, dat zijn twee verschillende dingen
J: ik ben hier veilig, en Olek ook, dat weet ik best…
–
Ik: maar hoe het voelt, dat is de kwestie
–
Ik: adem je nog op je buik?
J: ja, het helpt, ik tril wat minder, maar ik ben ineens ontzettend moe, mijn benen voelen als lood
Ik: oké, goed teken, je aanval zakt, mooi zo, maar we zijn er nog niet, houd vast waar we het over hadden
J: ik weet het niet meer
Ik: maar ik wel, ik zet even een paar woorden op een rijtje: paniek, slaappillen, presentatie, Olek, veiligheid
J: ik ben het met je eens dat Olek en ik in veiligheid zijn
Ik: in veiligheid zijn? Bedoel je tegenover in gevaar zijn?
–
J: ja nu je het zo zegt…in gevaar…….
Ik: zo te horen zakt de paniekaanval nog steeds
J: ja, ik heb nu nog vooral duizelig in mijn hoofd
Ik: pak even een glas water en loop wat in het rond, beweeg wat
J pakt water en loopt wat heen en weer
Ik: je zei gevaar
J: ik denk dat ik mij altijd onbewust zoals jij dat zegt in gevaar voel, een soort vaag onheil, ergens in mijn binnenwereld, zoals jij dat zo mooi benoemt, en sinds ik moeder ben is dat er niet minder op geworden
Jasmin zegt naar het keukentje te gaan om crackers met jam te maken, ze praat met volle mond, ik kan haar moeilijk verstaan en zeg haar dat. Ze zegt sorry en houdt op met crackers eten
J: mijn zoon mag niks merken van mijn angstige binnenwereld, dat weet je van mij, ik ga mijn onheilsgevoelens niet in hem stoppen
Ik: toen je pas bij mij was had je dat ook, je was bang je angsten op je zoontje over te brengen, en je wist bijna zeker dat Olek jouw angsten aanvoelde
J: je noemde dat transgenerationeel, ik heb dat goed begrepen, ik let daar enorm op
Ik knik
J: ik las laatst dat je kan groeien in het moederschap, dat is bij mij best goed gegaan, ik las ook iets over symbiose, dat hadden mijn moeder en ik lange tijd, ik heb dat niet met Olek
Ik: klopt, dat merk ik ook aan je, alleen al dat je drie dagen van huis weg kan en dat je weet dat Olek veilig bij je ouders en je man is.
J: dat besef ik mij nu je dat zegt, dat gaat dus een stuk beter
–
J: raar, maar ik voel ineens dat het ook heerlijk is om even alleen te zijn
Ik: even vrij van man en kind?
J: raar dat ik dat ineens zo voel
Ik: veroorzaakte het vrije gevoel de paniek?
J: dat zou raar zijn
Ik: tenzij je vindt dat je dat fijne gevoel niet mag hebben
J: een schuldgevoel dat ik met mijn collega’s mee ben gegaan?
Ik: misschien eerder dat je het zo fíjn vond om een paar dagen zonder man en kind te zijn
J: helemaal vrij? Dat mag ik toch niet voelen?
Ik: een verboden gevoel voor jou?
J: ik zou me veel vaker bevrijd willen voelen, zoals ik zojuist voelde
Ik: dat verdrong je, toen kwam je paniekgevoel opzetten
Ik: eigenlijk wil het paniekgevoel je een signaal geven, dat je een verboden gevoel uit je onbewuste moet bevrijden
J: een verboden gevoel, dat vind ik spannend, daar kan ik iets mee, mezelf bevrijden van verboden gevoelens
–
J: ik voel het nu, mijn paniek was niet angst over Olek, ik schrok ervan dat ik het zo fijn vond om alleen te zijn met mijzelf en mijn werk, een soort van vrijheid
Ik: dat is bijzonder
J: ik werd ineens zo blij van mijn vrijheid, ik kreeg plotseling een soort geluksgevoel en toen raakte ik in paniek, ik met ik, hoor je mij
Ik: ja
J: weet je wat ik nu ineens voel… ik zat vandaag zo goed in mijn vel, alsof ik niet getraumatiseerd was
Ik: dat zeg je prachtig, wat mooi
J: ja, heel erg mooi, snap je mij?
Ik: ik denk het wel
J: dat ik goed in mijn vel zit, kan dat wel met mijn achtergrond, ik ben toch mijn trauma
Ik: nee dat ben je niet, dit onthoud ik, hier gaan we op door als je weer terug bent
J: deze wending in ons gesprek had ik niet verwacht, het ging niet over Olek maar over mijzelf
Ik: je klinkt aangenaam verrast
J: dit voelt zó goed!
Ik: …voelt je hoofd weer normaal?
J: ontzettend normaal
Ik: ik geloof je
J: zo goed dat ik je gebeld heb
Er staat een afspraak.