Een week later.
Tine drukt haar beide handen tegen haar slapen: de blur in mijn hoofd wordt steeds erger
Ik: dat lijkt mij heel vervelend voor je
T: dat komt door onze gesprekken, misschien had ik het beter bij me kunnen houden, denk je ook niet?
Ik aarzelend: moeilijk te zeggen, maar toch, je hebt mij gebeld, je wilde het duidelijk kwijt
T: ja, aan jou!
Ik: en daar ligt het nu
T: we kunnen het hierbij laten maar ik heb wel die blur in mijn hoofd, daar word ik heel onrustig van
–
Ik: je zei onrustig
T: je luistert goed, inderdaad, onrustig, ik voel mijn hart bonken, ik word licht in mijnhoofd
Ik: ga daar maar even mee naar je huisarts
T: is dat nodig?
Ik: ja, vind ik wel, die blur kan door stress veroorzaakt worden, maar iets lichamelijks moet dan wel uitgesloten zijn
T: oké, doe ik meteen, ik maak morgen een afspraak
Ik knik
T: even iets anders, ik ga weer meer uren draaien in ons hotel, nu mijn moeder er opeens niet meer is, ik heb tijd over
Ik: hoe gaat het met je, ik bedoel sinds je moeders overlijden
T: tja, weet ik eigenlijk niet, wel oké denk ik, haar dementie was niet fijn om mee te maken, zij merkte er zelf niet veel van, maar ik des te meer
Ik: kan je daar iets over vertellen?
T: we hadden totaal geen contact meer, over niets, geen gesprek, terwijl ze altijd in alles geïnteresseerd was, ze was heel progressief in haar opvattingen, die gaf ze ook luid weer
Ik: o ja? Weet je er nog eén?
T: éen? Tientallen! Bijvoorbeeld over emancipatie, de kerk, het onderwijs, het koningshuis, de politiek, kernwapens, zij las 4 kranten, na de dood van mijn vader is zij blijven werken in de bibliotheek tot mijn dochter werd geboren. Na de wereldreis met mijn stiefvader paste zij veel op Eva en verrichtte zij al die jaren allerlei hand -en -spandiensten in ons hotel, dat deed zij totdat mijn stiefvader stierf. Zij werd stiller na zijn dood, haar geest werd minder actief, ik denk dat de dementie toen begon
Eva zwijgt ineens, ik vraag mij af waarom?
Ik na enige tijd: denk eens hardop?
T: weet je, wij spraken samen af en toe nog wel eens over de K.I., omdat dat Paul de donor-vader is van Eva, zei ze wel eens, Eva is alleen van jou, Paul en Karst slaan we gewoon over, ze moet jouw achternaam krijgen, ik heb dat niet gedaan, ik vond het niet zo nodig
Ik: je zei eerder dat je moeder een raar gevoel had over Paul als donor
T: klopt, en ze deed alsof ze het onbelangrijk vond hoe ik zwanger was geworden, maar dat was niet zo, ik kon merken dat zij toen afstand nam van Paul, ze sprak heel vaak over mijn vader, alsof ze Paul toen ik zwanger bleek te zijn van hem een beetje wilde wegwerken
Ik: dat zou heel goed kunnen, hoe voelde het voor jou dat je moeder jouw vader naar voren schoof?
T: ik besef nu, eigenlijk wel goed
Ik knik
T: we waren weer met z’n vieren, mijn ouders, ik en Eva
–
T: toen mijn moeder naar het verzorgingstehuis ging heeft ze heel veel foto’s in een doos opgeborgen, twee foto’s had ze nog, je raadt wel van wie…
Ik: misschien
T: een trouwfoto van mijn vader en haar, en een foto van mij met Eva op schoot
–
T: denk je dat ik haar verdriet heb gedaan door Paul als donor te nemen…..de stiefvader als donor, achteraf zo raar, dat vind ik steeds meer zo
Ik met enige aarzeling: zou je kunnen leven met de acceptatie dat er een complexe gebeurtenis in je leven heeft plaatsgevonden?
T: een complexe gebeurtenis
Tine ontspant zich duidelijk, en gaat achterover zitten, haar armen op de stoelleuningen, een heel open houding, ze kijkt mij lang aan
T: zoals je het formuleert, complex voelt serieus, maar helemaal niet angstig, zo zou ik het kunnen accepteren
Ik: serieus vanwege de complexiteit, … mensen komen in complexe situaties terecht
T: ik ben daar éen van
–
T: en Eva ook
–
T zachtjes: en Paul en Karst ook
–
T: en mijn moeder ook
–
T: wij alle vijf
–
T: zo zou ik het Eva kunnen vertellen
Ik: wacht daar mee, hou vast wat je zojuist voelde, maak het je eigen en neem daar de tijd voor
T: dat is een goede raad, ik zal het proberen
Tine staat op en fluistert: een complexe gebeurtenis
Ze kijkt mij aan en knikt mij toe
Er staat een afspraak.