Fred, rouw (11)

·

·

,

Het plantje is niet gevonden in zijn tuin, dat appte Fred mij een week na de laatste sessie. Maar wel bij iemand verder op de dijk, daar heeft hij het plantje van gekregen om te tekenen. Vandaag heeft hij de tekening meegenomen maar hij haalt de tekening niet tevoorschijn, ik wil dat ook eigenlijk niet, dus vraag niet naar de tekening

Fred: het viel mij mee dat ik al tekenend in een goede stemming kwam

F: maar, ik was de hele week tamelijk somber, Roos appte mij met veel foto’s over haar en ook van Pim die bij zijn vriendje logeert, allemaal heel leuk maar het deed mij niks

Ik: kon je je wel gerustgesteld voelen?

F: gerustgesteld?

Ik: ja, het maakte je bang dat Roos een weekend weg ging zonder Pim

F: heb ik dat gezegd?

Ik: dat kwam uit ons gesprek, dat kon je voelen, de angst

F onderbreekt mij: jaja, ik weet het weer, de angst dat hen iets zou overkomen, dat is toch onzin, daar ben ik nu te groot voor, hij lacht een beetje geforceerd, maar het klopte wel dat ik aan vroeger moest denken

Ik: je was weer even die Fred van toen, die zijn ouders had verloren, toen Roos je vertelde dat zij en haar man zonder Pim een weekendje weg gingen

F knikt

Ik: Roos maakte je bang, je was boos op haar dat zij je bang maakte

F: ik voel me heel snel ongerust, dat beïnvloedt mijn stemming

Ik knik

F: ik wil eigenlijk stoppen met therapie, ik ben zo goed gegaan het laatste jaar, de verhuizing, dit dijkhuisje, de kinderen en Pim, ik zou niet weten wat ik nog zou willen

Hij zakt een beetje onderuit, kijkt de kamer rond

F: ik denk dat ik naar huis ga, even slapen, ik ben zo ontzettend moe

Ik verbaasd: je bent hier net?

F: zo moe in mijn benen

Ik: eerlijk gezegd denk ik, dat je te moe bent om nu hier weg te gaan, je benen vertalen je stemming

F: tja

Ik: je zei dat je overwoog met de therapie te stoppen, dat je niet wist wat je nog zou willen

F valt mij bruusk in de rede: met m’n leven, ja dat bedoelde ik, ik ben wie ik ben

Ik: dat is zo, maar daar kijk je wel heel sip bij

F: ik word echt niet vrolijk van mezelf

Ik: vrolijk, misschien niet het goede woord

F: zou ik echt een ander mens geworden zijn als mijn ouders niet verongelukt zouden zijn? Inderdaad vrolijker? Minder gauw ongerust? Minder passief?

Ik knik: dat houdt je bezig

F: Paul en ik hadden het daar laatst over, in hoeverre blijf je een getraumatiseerd mens? Hij heeft ook veel meegemaakt en is heel lang in therapie geweest, hij leeft met de dag, hij zei dat ik dat ook moest doen, blij zijn als een dag goed is gegaan, dat te beseffen en dan te gaan slapen

Ik: met die gedachte de dag afsluiten?

F: ja, en dan niet vragen om een goede dag voor morgen

Ik: vragen, aan wie?

F: weet ik niet, aan God, of aan iets hoogs, of aan de natuur…

Ik: ik zou het wél vragen, aan wie of wat dan ook, dan maak je contact met je verlangens

F: naar een móoie dag

Ik: ja, bijvoorbeeld, niet om een dag vragen waar er niets ergs in gebeurt

F: een dag zonder ramp

Ik knik

F: toch doe ik dat eigenlijk altijd, ik vraag dan of God of Hij mij verder wil sparen

Ik: begrijp ik helemaal, maar je mag best iets meer vragen

F: dit is wel een heel onverwachte wending in ons gesprek, om iets fijns vragen, wat zou dat dan zijn?

Ik: je maakt mij benieuwd

F: ik wou juist weggaan, daarnet

Ik: blij dat je dat niet deed, ik vind het heel goed voelen

F: ja, ik weet niet precies waarover het gaat maar goed voelt het wel

F: ik kom de volgende keer terug op de vraag over getraumatiseerd zijn, dat houdt mij echt bezig, ik wil er ook een beetje nuchter naar kijken, met wat meer afstand

Ik: jezelf een kans geven meer ruimte te maken om je fijn te kunnen voelen

F: zoiets ja

Ik: en toch weten en voelen dat je veel verdriet hebt gehad

F aarzelt bij de deur: ik heb je de tekening niet laten zien, dat hoef je niet hè?

Hij krijgt een knipoog van mij

Er staat een afspraak