Freud en Jung, onderzoekers van het Onbewuste

·

·

,

Inleiding van Liesbeth Dullaart-Pruyser

Bij de voordracht van Peter Sijmons: Motieven, drijfkrachten en emoties van een onderzoeker

17 augustus 2023 De Divan op De Kring

De Divan | Motieven, drijfkrachten en emoties van een onderzoeker

Welkom mensen,

jullie zullen misschien denken : een Divan over een onderzoek naar een schilderij?

De Divan gaat toch altijd over psychologie?

Wat heeft deze voordracht met psychologie te maken?

Veel !  Want deze voordracht gaat, behalve natuurlijk over het schilderij, ook over de persoonlijkheid van de onderzoeker, over het zoeken, over de zoektocht.

Want bij onderzoekers gaat het over nieuwsgierigheid en vastberadenheid .

Dat zijn twee belangrijke psychologische eigenschappen .

Onze spreker van vandaag is ruim voorzien van nieuwsgierigheid en vastberadenheid.

Hij neemt ons mee met zijn motieven, zijn drijfkrachten en zijn emoties die hem tot zijn onderzoek aanzetten en die dat ook tijdens zijn onderzoek bleven doen, wij gaan het allemaal horen.

Maar eerst wil ik jullie iets vertellen over twee andere nieuwsgierige en vastberaden onderzoekers die Peter vóor zijn gegaan en wel 120 jaar geleden, namelijk Sigmund Freud en Carl Jung, geen onbekenden voor onze Divan bezoekers.

Beiden waren van kinds af aan al kleine professortjes, en nieuwgierig en vastberaden. Nieuwsgierigheid en vastberadenheid worden aangestuurd door bewuste en onbewuste motieven, zo ook bij Freud en Jung.

Freud werd aanbeden door zijn moeder, zij noemde hem haar gouden Sigi en zijn vader stimuleerde zijn zonen om goed te studeren en meer te bereiken dan hij als eenvoudige wolhandelaar had gedaan.

De kleine Sigmund kreeg zelfs als enige  van de zeven kinderen een eigen kamer opdat hij zich goed kon concentreren op de leerstof .

Jung, de kleine Carl, was ook een studiebol; hij lag niet zo goed met zijn leeftijdsgenootjes.  Zijn vader die dominee was werd door Carl als een afstandelijke man beleefd .  Ook begreep Carl niet zoveel van de God over wie zijn vader predikte.

Maar Carls moeder en vooral zijn nichtje , dáar moest hij het van hebben, zij waren mediamiek! Zij deden aan seances waar de kleine Carl getuige van was. Vooral de symbolische beelden en de voorouderlijke figuren die werden opgeroepen fascineerden hem enorm.

Toen Freud en Jung psychiatrie gingen studeren was er nét een nieuwe genezingsmethode voor psychiatrische ziektebeelden in opkomst, namelijk de hypnose.

 De uit hun kindertijd afkomstige drijfkracht om later heel geleerd te willen worden zette hen aan tot nauwkeurige bestudering van wat zij in psychiatrische klinieken en in hun eigen privé praktijk bij hun patiënten waarnamen.

 Zij ontmoetten elkaar voor het eerst in 1907.

Zij bemerkten dat patiënten onder hypnose door vrije associatie en door het vertellen van hun dromen toegang kregen tot hun onbewuste herinneringen en dat deze herinneringen vrijwel altijd teruggingen naar hun eerste levensjaren.

Het waren herinneringen die in hun kindertijd verdrongen werden naar het Onbewuste,

omdat zij volgens Freud gepaard gingen met niet te verdragen schaamtevolle en schuldige gedachten en gevoelens die in strijd waren met een goed geweten.

Zoals seksuele en of agressieve wensen van het kind naar de ouders.

Of verwarrende gedachten betreft het zichtbare geslachtsverschil zoals kleine jongetjes en meisjes dat over zichzelf en elkaar kunnen hebben.

 Het was niet alleen van individueel belang om deze genezende inzichten te verkrijgen , maar Freud legde hiermee ook de basis voor de latere gezinstherapie namelijk een beter begrip ontwikkelen voor wat er allemaal in het gezin tussen ouders en kinderen onderling kan gebeuren.

Jung bracht het persoonlijk onbewuste onder in een collectief onbewuste dat voor de gehele mensheid geldt en waarin eigenlijk niets nieuws is onder de zon.

Het bestaat uit symbolen en oerkarakters die door de eeuwen heen een consequente betekenis hebben en waarin we ons kunnen herkennen .

Vele mensen putten daar troost uit.

Begrippen die wij van Freud en Jung  kennen zoals het oedipus complex , vader- of moederbinding,  castratieangst en penisnijd, de archetypen animus en anima, het collectief onbewuste , vormden de theoretische basis voor hun psychotherapieën .

Toen bleek dat tijdens de sessies contact maken met deze verborgen, verdrongen herinneringen genezing kon geven voor de ernstige psychische ziektebeelden die patiënten hadden ontwikkeld volhardden Freud en Jung zich nog sterker in hun onderzoek .

Ze gingen zelfs hun eigen dromen onderzoeken en nauwkeurige opschrijven en kwamen daarin ook in aanraking met hun eigen onbewuste gedachten en gevoelens uit hun kindertijd.

Belangrijke werken over hun eigen dromen zijn De Droomduiding van Freud uit 1900 en Het Rode Boek van Jung waar hij in 1914 aan begonnen is.

Ik ga nu niet verder op wát Freud en Jung onderzochten, maar meer op dát zij zo ontzettend vastberaden met het bijslijpen en vernieuwen van hun theorieën bezig zijn gebleven, hun hele leven lang .

Zij zijn beide In de 80 jaar geworden.

Maar het pad van de onderzoeker gaat lang niet altijd over rozen, bij Freud en Jung ook niet.

Van elk staat een meter boekwerk in mijn boekenkast en dan ook nog vele boeken van schrijvers die genadeloos met de theorieën van Freud en Jung, én met hen persoonlijk, afrekenen.

 Ik ben heel benieuwd hoe dat bij Peter is gegaan, ondervond hij frustraties tijdens zijn onderzoek of liep het allemaal van een leien dakje?

De onderzoeker wordt aanbeden of verguisd of zelfs allebei.

Freud en Jung hebben elkaar ook eerst aanbeden en enkele jaren later vanwege te grote verschillen in hun theorieën verguisd.

Aanbeden worden en of verguisd, beide waren geen gemakkelijke posities om zich aan de kritische wetenschappelijke vereisten van hun onderzoek van welk belang zij zelf zo overtuigd waren te houden.

 Zeker niet als het zeer vernieuwende en vaak controversiële materie betreft die mensen kunnen schokken.

Dat kleine kindertjes volgens Freud al op zeer jonge leeftijd seksuele gevoelens hebben !

En dan dat zweverige occulte gedoe van Jung met zijn symbolen en zijn oerbeelden!

Hoe belachelijk was dat!

Maar besef wel dat wij ons nu 120 jaar later bevrijd, verruimd en getroost kunnen voelen door wat Freud en Jung als nieuwsgierige, volhardende onderzoekers de mensheid hebben bijgebracht.

Namelijk de belangrijke inzichten ten gunste van de behandeling van psychiatrische ziektebeelden en een verruiming van de kijk op de menselijke geest.

 Bij Freud ging het vooral over de bevrijding van pijnlijke inhouden uit het onbewuste en Jung  benadrukte dat een spirituele levenswijze bijdraagt aan een gezonde psychè.

Dat zijn toch mooie dingen!

De onderzoeker die ik vanavond aan jullie voorstel staat naast mij, Peter Sijmons .

Maar ik zie nu even niet deze volwassen onderzoeker , nee ik zie de kleine Petertje die door zijn huis loopt en een schilderijtje ziet dat hij heel erg mooi vindt .

Prachtige kleuren, een lieftallige schaars geklede dame met twee snoezige putti.

En als hij op de leeftijd is gekomen dat hij weet dat aan een schilderij een schilder te pas moet komen, vraagt hij aan zijn moeder: mama wie heeft dat gemaakt?

En zijn moeder zegt gelukkig niet om even van dit leergierige, altijd vragende zoontje af te zijn: dat heeft Leonardo da Vinci gemaakt maar hij heeft vergeten zijn naam eronder te zetten.

Nee zegt ze met een ernstig gezicht: schat, dat wéet ik niet!

Peter die denkt dat grote mensen alles weten vraagt: weet papa het dan wel?

Nee, papa weet het ook niet!

En grootvader?

Nee!

En grootmoeder?

Nee, niemand weet het!

Petertje roept uit: niemand??? Ohhh, dat zullen we nog wel eens zien….

Op dit moment zijn wij nu aangekomen: dat zullen wij nog wel eens zien!

 Ik geef nu graag het woord aan Peter.

Maak jezelf ontvankelijk en geniet van wat Peter gaat vertellen.