Claudia, trauma, de honger (11)

·

·

,

Claudia heeft de afspraak die wij hadden gemaakt per mail geannuleerd, ze was heel kort in Nederland gebleven omdat Wout griep had en al een paar dagen erg ziek was, hij had haar gevraagd snel naar Wenen te komen omdat hij zich te slap en beroerd voelde om boodschappen te doen en niemand in Wenen kende om dat te vragen. Hij had zich ziek gemeld op zijn werk maar geen enkele collega had gereageerd. Hij was daar teleurgesteld over en had zich gerealiseerd dat hij in een kille, onpersoonlijke omgeving werkte. Claudia voelde zich direct aangesproken op het thema dat wij juist samen hadden willen bespreken, haar behoefte aan urgentie en zich nuttig te willen voelen. Zij en Wout hadden het goed gehad samen, hij was weer redelijk opgeknapt maar nog niet aan het werk. Tot zover haar mail.

Er was weer een aantal maanden voorbij gegaan, ik ontving een mail met weer een verzoek om een afspraak. het ging over iets dat al een tijdje liep, het aanvragen en plaatsen van drie Stolpersteine voor de ouders van haar vader en voor haar vader. Haar dochters April en May hebben de procedure op zich genomen. De plaatsing gaat komende maand gebeuren. Claudia heeft alles wat haar dochters deden gevolgd. Zij wilde de Stolpersteine betalen, maar dat wilden haar dochters niet. Zij wilden dat echt samen doen voor hun overgrootvader en overgrootmoeder en hun grootvader. Claudia had gezegd dat zij zich daardoor buitengesloten voelde, ze wilde persé meebetalen, maar haar dochters hielden voet bij stuk. Toen kwam er ruzie, May was uitgevallen: “jij hield helemaal niet van onze opa en voor wat zijn ouders hebben meegemaakt heb jíj je nooit geïnteresseerd maar wij wel, jij voelt er gewoon niets bij, lekker makkelijk!”.

 Fragment uit de sessie:

Claudia: ik denk dat het waar was wat May zei, de afschuw van mijn vader zorgde ervoor dat ik mij van hem afwendde, en dus ook van zijn ouders. Hij wilde ook nooit ergens over praten. Ik ben nooit toegekomen aan het denken over het leed van mijn grootouders, toch stond mijn vader met zijn onderduikgeschiedenis onbewust centraal in ons gezin

Ik: onbewust, zo is het zeker gegaan in jouw gezin

Cl: ik wil dit helder krijgen voor mijn dochters, niet ter verdediging maar om hen bij te brengen dat dit soort processen heel bekend zijn bij de tweede generatie

Ik: ja, klopt, en dat de derde generatie weer heel andere gevoelens en gedachten kan hebben dan de tweede generatie

Cl: en de eerste generatie ook weer anders

Ik knik

Cl: ik ben wel degelijk heel erg met mijn ouders bezig geweest, mijn hele leven, zij waren zó egoïstisch, vooral mijn vader, mijn grootouders heb ik emotioneel geblockt

Ik: je hebt voor het gezin gezorgd

Cl: mijn dochters weten daar niet het fijne van

Ik: jij weet dat je een geparentificeerd kind bent, daar hebben wij het vaak over gehad

Cl: ik heb mij verantwoordelijk gevoeld voor ons dagelijkse bestaan, dat vond ik meer dan genoeg

Ik: kon je iets te voelen bij wat zij hebben meegemaakt, of wilde je dat onbewust niet voelen?

Cl: allebei, daarvoor was ik te boos op ze, dat ze mij elke ochtend om 5 uur lieten opstaan om naar de bakkerij te gaan

Ik knik

Cl: maar ik wil absoluut bij de plaatsing van de Stolpersteine zijn, we gaan met z’n allen, ook Wout en en mijn zus en haar man zijn erbij.

Ik: hoe zou je je voelen dan?

Cl: ja daar heb ik ook aan gedacht, geen idee, ik weet het niet, misschien wil ik niks voelen, dat laat ik de anderen dan maar doen

Ik: dat verwijten je dochters je juist

Cl: kijkt verschrikt

Ik: daar schrik je van

Cl: is dat zo? Verwijten ze me dat?

Ik: dat vertelde je mij

Cl: ja, inderdaad, dat was niet zo tot mij doorgedrongen

Ik: ze zeggen tegen je dat het lekker makkelijk voor je is om niets te voelen bij het leed van je grootouders en je vader, is dat zo ?

Cl: ik weet het niet, dat is mij te abstract, daar heb je niets aan, het gaat om de harde feiten in het leven, om het doen, het moet effect hebben wat je doet, nodig zijn, al dat andere is te soft, daar vul je je maag niet mee

Ik knik

Cl: ik weet niet of ik hier uit kom, het wordt een brij, ik weet dat ik af en toe gevoeld heb dat ik medelijden en begrip moest hebben, het is mij nooit gelukt

Ik: zou je het tegenhouden?

Cl: je koopt er niks voor, je wordt er slap van, het is te laat

Ik: waarvoor is het te laat?

Cl: voor die gevoelens

Ik: probeer dat eens vast te houden, wat je nu zegt, het is te laat voor die gevoelens

Cl: hier word ik zó somber van, ik zou het liefst even willen slapen

Claudia kijkt mij starend aan: maar dat zal ik hier niet doen, ik ga weg, vervelend dat ik nu zo somber weg ga, ik heb veel te doen

Ik: als je nu blijft, kunnen we misschien voorkomen dat je somber weg gaat

Cl: mijn moeder had begrip voor mijn vader, en ook medelijden, hoe kon ze dat opbrengen?

Ik: heb je ooit zo gekeken naar je ouders, wat zij met elkaar hadden?

Claudia krijgt tranen in haar ogen; nee…. helaas

Ik: ik zie dat je nu veel voelt

Cl pakt tissue: gek genoeg voelt dat heel rustig en zacht

Ik: mild

Cl: dat is het goede woord

Cl: nu kan ik weg

Ik knik

Op weg naar de deur zegt ze: mijn dochters hebben een album gemaakt met de oude foto’s van hun grootouders, en van mijn grootouders, ik neem het de volgende keer mee.