Claudia, trauma, de honger (9)

·

·

,

Claudia: eerst was ik een vrouw met een dwanghandeling, nu ben ik een vrouw zonder dwanghandeling, weet je dat het niets uitmaakt?

Ik kijk vragend

Cl: ja, raar hè, wat ik zeg, maar voor mij is het duidelijk

Ik: wat voel je nu bij wat je zegt?

Cl: een soort helderheid

Ik knik

Cl: ik bedoel, ik ben niet veranderd, van binnen, wel mijn gedrag, en daar ben ik blij mee, ik leef niet meer in mijn kelder om spullen te controleren

Ik: van binnen niet, is dat oké voor je?

Cl: jazeker, heel oké, tenminste, ik voel mijn kern, zoals ik die altijd heb gevoeld, dat er veel met mij gebeurt, vooral door anderen, maar dat ik overeind blijf

Ik: nu ook? blijf je nu ook overeind? gebeurt er iets met je?

Cl aarzelend: Wout gaat een jaar in Wenen werken, hij vroeg of ik meeging, en dat doe ik, ik heb geen keus

Cl: ik bedoel, het maakt niet uit of ik hier blijf of meega, ik overleef het wel

Ik: hoe dat zo?

Cl: ik blijf weer overeind

Ik: je zei dat je geen keus hebt

Cl: voor mezelf bedoel ik, Wout kiest ervoor dat ik meega, hem maakt het wat uit, maar voor mij maakt het niet uit

Ik: je voelt je kern; dat je overeind blijft ondanks hoe iets voelt

Cl: precies, ook zonder mijn dwanghandelingen ben ik mislukt, als ik maar overeind blijf

Ik: mislukt? daar schrik ik van!

Cl: ik kan mijn jeugd niet overdoen

Ik: stel als dat wel zou kunnen?

Cl: dan zou ik een opleiding gekozen hebben, een studie, een goed beroep

Ik: dat je geen opleiding hebt genoten, geeft je dat het mislukte gevoel?

Cl: dan zou ik gewoon hier blijven, Wout komt dan in de weekenden naar huis en ik ga vaak naar hem, dat zou best kunnen, wel leuk zelfs

Ik: hebben jullie die mogelijkheid besproken?

Cl: ja, maar thuis heb ik ook niet veel te doen, de bibliotheek heeft geen vrijwilligers nodig, ik verveel me stierlijk, dan maar beter mee naar Wenen

Ik: wat heb je daar dan te doen? Een jaar lang?

Cl: ja daar zit ik dus nu mee

Ik: je hebt een reëel probleem

Cl: dat vind jij dus ook

Ik knik

Cl: door mijn jeugd heb ik eigenlijk nooit een toekomst gehad

Ik knik ernstig: ohh wat zit je vast in die gedachte

Cl: het is toch zo? Wat hebben ze nou voor mij gedaan?

Ik knik

Cl: ik accepteer van mijzelf dat ik een beschadigd mens ben

Ik knik

Cl: waarom zei je dat ik vast zit in die gedachte over mijn ouders

Ik: goeie vraag, dat gaan we samen uitpluizen

Ik: je zit vast in de gedachte dat je door de beschadigingen die je in je jeugd hebt opgelopen geen opleiding hebt kunnen volgen

Cl: dat voel ik echt zo

Ik knik

Cl: mijn zus kon het wel, omdat ik haar altijd hielp, niemand hielp mij

Cl staat op om naar het toilet te gaan

Cl: vind je dat ik overdrijf?

Ik: wat?

Cl: dat ik mijn ouders beschuldig

Ik schud nee: nee dat is het niet, de problemen die jullie met je ouders gehad hebben zijn reëel, daar hoeven we het niet meer over te hebben, nee, ik denk na over wat je zei over het gemist hebben van een opleiding

Cl: dat is toch logisch? Ik wou zo gauw mogelijk weg daar en de enige mogelijkheid was om geld te verdienen en op kamers te gaan

Ik: en dat ben je blijven doen tot je trouwde

Cl: ja, en toen kregen we de meisjes, de tweeling dus was ik thuis en werd ik onderhouden door Wout

Ik: onderhouden?

Cl: nou ja, hoe zeg je dat, ik kreeg elke maand huishoudgeld van hem en kinderbijslag en ik had heel veel gespaard, maar dat was op een gegeven moment op

Ik: hoe voelde dat laatste?

Cl: heel vreselijk, ik wou weer gaan werken maar ik voelde mij niet goed, moe, lusteloos.

Mijn huisarts vond dat de meisjes naar de crèche moesten, toen ze twee waren, dan kon ik overdag wat uitrusten

Ik: deed je dat? uitrusten?

Cl: nee, in tegendeel, ik had toen ook al controle-gedoe met boodschappen doen, ik kocht zo weinig mogelijk, ik wilde van de kinderbijslag uitkomen, ik ging winkels uitzoeken die aanbiedingen hadden, dat kostte heel veel tijd.

Ik: dat ging dus mis, goed dat je me dit vertelt

Cl: Wout merkte het en ging zelf boodschappen doen voor ons, goed bedoeld, maar ik raakte in paniek, hij kocht heel veel, hij wilde lekker eten, ik moest het allemaal klaarmaken, maar ik kon helemaal niet koken.

Ik: wat een verhaal….

Cl: ik probeerde weer zelf mijn geld te verdienen, mijn zus wist van mijn problemen en bood mij een baan aan bij haar, zij was inmiddels apotheker en had een eigen zaak. Dat heb ik best lang gedaan, ik hield mij staande

Ik: dat lijkt een rode draad in je leven, je staande houden

Claudia roept uit: maar niemand zei dat ik moest gaan studeren, de meisjes zaten op school, ik kan goed leren

Ik: nu komen we bij je andere probleem

Cl: dat niemand mij zag

Ik: je energie ging zitten in je staande te houden, in je eentje

Cl: daar zit mijn eigenwaarde, denk ik

Ik: dat zou best eens kunnen, maar tegelijkertijd heb je toch een verlangen om wél gezien te worden

Cl: als ik daarom moet vragen hoeft het voor mij niet meer

Ik: je verlangen is dat mensen je zien zonder dat je er om moet vragen

Cl: zoiets ja

Ik: zoals een baby eerst gezien moet worden om geleidelijk aan zichzelf te kunnen zien?

Cl: toen ik heel klein was waren mijn ouders nog normaal

Ik: het is goed dat je dat zegt, jouw problemen zijn gekomen toen het je vader niet goed meer ging

Cl: ja , toen ik op de middelbare school zat hadden ze mij moeten stimuleren om door te studeren

Ik: maar toen ging het thuis mis

Cl: overspoeld door hun eigen problemen

Ik: en toen durfde je niet meer om aandacht te vragen, bij wijze van spreken je hand opsteken “hier ben ik, papa en mama zie mij”

Cl: dat beeld dat ik mijn hand opsteek, als ik daaraan denk voel ik mij wegwazen, verdwijnen

Ik: je houdt dat onbewust van jezelf weg

Cl: mezelf kenbaar maken

Ik: jezelf zien

Cl: kan ik dat nog leren?

Ik: jazeker, maar eerst voelen dat je dat wilt, er niet bang voor zijn, als je in de angst blijft steken krijgt je verlangen jezelf te zien geen kans

Cl: ik wil het mijn ouders niet verwijten, maar toch, mag ik mijn ouders dat verwijten?

Ik: natuurlijk, je mag de oorzaak daarvan best bij je ouders leggen, je weet ook wel dat zij zich in moeilijke omstandigheden bevonden, om allerlei redenen, maar het is niet nodig daarin te blijven steken, vast te zitten zodat je met jezelf niet verder kan

Cl: ik heb niets om handen, waar ik ook ben, met de dwanghandeling was ik tenminste nog actief

Ik: qua tijdverdrijf ja maar van binnen zat je onbewust ook vast

Claudia begint te huilen: vroeger had ik dromen, wat ik allemaal wilde worden

Ik: zoals een kind dat droomt over de toekomst

Cl: dat is het precies, maar ik ben volwassen

Ik: een volwassene die droomt over haar toekomst

Cl lacht: ja, wat maakt de leeftijd uit!

Ik: als je dat ok zo voelt

Claudia knikt bevestigend

Er staat een afspraak