Tine, een klik met je psychotherapeut (3)

·

·

,

Twee weken later.

Tine heeft de derde afspraak geannuleerd, zij belde mij. Haar moeder werd plotseling ernstig ziek, longontsteking. In samenhang met de progressieve vorm van dementie waaraan moeder lijdt werd zij verplaatst naar de “ zware “ verpleegafdeling van het verzorgingstehuis. Moeder werd apathisch en gleed langzaam weg, haar lichamelijke toestand was terminaal. Moeder is medicamenteus geholpen om zacht te kunnen sterven. Tine,  Karst en Eva waren bij haar. De crematie heeft inmiddels plaats gevonden.

Een maand later, Tine heeft een afspraak gemaakt.

T: mag ik je tegen u zeggen?

Ik knik.

T: dank je wel dat ik je mocht bellen en mijn verhaal even kwijt kon. Ik ben druk, met alles rond het overlijden van mijn moeder, maar daarover hoef ik het niet met jou te hebben.

Tine kijkt mij vragend aan: hoe moet het nu verder, ik bedoel met het geheim van mij en mijn man, alleen wij, en jij natuurlijk, weten dat mijn schoonvader Eva’s donor-vader is en dat mijn man en Eva dezelfde vader hebben, dus halfbroer en halfzus zijn.

Ik: ja, zo ligt het min of meer

T: inderdaad, niet een gewone biologische vader maar een donor-vader

Ik: dat maakt verschil denk ik

T: het was gewoon handig, toen

Ik: wat zit je dwars?

T:  al heel lang zit mij iets dwars, eigenlijk van het begin af aan, van het besluit dat wij met z’n vieren namen

Ik: zit het je toenemend dwars?

Tine knikt

Ik: welke gevoelens

T: het zijn inderdaad gevoelens, want rationeel vind ik het nog steeds oké, maar toch hadden we het niet moeten doen, ik voelde het als raar, toch dat incestueuze, al was het K.I. ik vertelde je het al eerder

Ik: het klinkt alsof jullie elkaar geen bedenktijd gaven?

T: ja, het was meteen besloten, we vonden het handig, ook genetisch maar toch….

Ik: jullie waren overrompeld

T: roept uit: en toen hebben we elkaar overrompeld!!

Ik: de schok van de onvruchtbaarheid meteen opgelost in het besluit?

T: dat denk ik ja

Ik: waren jij en Karst verdrietig?

T: goede vraag, ik besef nu dat Karst pas toen ik zwanger was verdrietig werd over zijn onvruchtbaarheid

Ik: en je moeder en Paul?

T: tja dat was zo raar, die gingen nadat zij wisten dat de K.I. was aangeslagen een wereldreis maken, zij kwamen na een jaar terug toen Eva drie maanden was

T: mm

T: maar zij waren er heel integer en open over, zij vonden het beter voor ons en voor henzelf dat we voorlopig minder close waren met elkaar

Ik knik

T: terwijl ze het eerst een mooie gedachte vonden dat we zo close waren met z’n vieren

Ik: het werd anders tussen jullie

T: daar heb ik éen heftige gedachte over: als ik nu gewoon K.I. van een andere onbekende donor had gedaan, ik was daar helemaal niet tégen, maar zij met z’n drieën wel!

Ik: weet je nog waarom je hun voorstel volgde?

T: vanwege Karst, die was het meeste tégen een onbekende donor.

Maar ook tegen een bekende, want ik wist wel een vriend van ons die al eerder donor was geweest voor iemand die ik kende, dat liep prima

Ik: voor Karst was zijn vader de beste donor?

T: mijn moeder heeft mij wel eens verteld dat zij het achteraf een rare zet vond, van ons vieren maar dat zij zich ermee verzoend had, zij was ook dol op Eva en de beste oma die je je kan voorstellen

Ik: als ik je zo hoor hadden Karst en Paul het minst moeite met het besluit?

T: lachend: dat zou best eens kunnen, een soort mannen-ding

Ik: je praat niet met Karst over je dilemma, heb je mij verteld

T: nee, als ik mezelf hierover hoor praten met Karst dan krijg ik een soort blur in m’n hoofd

Ik: je komt niet door die blur heen

T: klopt, ik had dat al een tijdje, eigenlijk al na de dood van Paul

Ik: dat is dan al behoorlijk lang

T: ik vind dat een heel vervelende gewaarwording

Ik: je vraagt je af of de blur verdwijnt als je open bent met Karst en Eva

T: precies, maar wat krijg ik daar voor in de plaats? Een geschokte dochter, een verraad naar Karst?

Ik: dat begrijp ik helemaal, niet makkelijk dus

T: daarom praat ik met jou, ook voor hen

Ik: wat jij zou willen: eigenlijk zitten hier drie mensen bij mij in de spreekkamer voor wie ik zorg draag?

T: zo voel ik het inderdaad, maar ik zit hier echt, ik wil mij uiten over wat wij gedaan hebben

Ik: zou Karst dat nou helemaal niet hebben?

T: mm, soms kijkt hij mij aan dat ik denk, wil je nu wat zeggen? Laatst, mijn dochter hield een praatje op haar oma’s crematie, ze zei, nu heb ik geen opa en oma meer, Karst zat naast mij, ik voelde even een schok door zijn lichaam gaan, maar ik durf daar dan niks mee

Ik: begrijp ik, wat is het juiste moment

T: denk je dat ik naar het juiste moment zoek?

Ik: ja, als dat er is, dat is juist je dilemma, is er een juist moment

T: als dat gewoon niet bestaat, dan is de kwestie klaar, dan houd ik het geheim bij mij, maar toch……..vreselijk, nu voel ik weer die blur in mijn hoofd

Ik kijk ernstig: ik zie het, niet die blur maar hoezeer je er mee zit

T: er zijn ergere dingen in het leven, ik doe te moeilijk, gewoon dekseltje erop, we zijn alle drie gelukkig met elkaar, hoe gaat dit eindigen?

Ik: ik weet zeker dat jíj je opgelucht zult voelen als je gaat praten met Karst en Eva, maar je vreest de tol die je ervoor moet betalen, misschien maak je Karst en Eva ongelukkig, of in de war?

T: of misschien valt dat laatste wel mee? Dat zou toch ook kunnen? Eva is best een nuchtere meid…

Ik: je maakt mij duidelijk dat je het meest vreest dat Karst het niet trekt

T: ja dat klopt, Eva zal eventjes geschokt zijn, maar zij kan wel wat hebben

T: je zei iets over die signalen van Karst, misschien moet ik die niet uit de weg gaan, lijkt je dat wat?

Ik: moeilijk te zeggen, het ligt allemaal erg complex

T: dat besef ik nu meer dan ooit, misschien is dat juist wel goed, ik moet zorgvuldig te werk gaan.

 

We maken een afspraak