Jasmin is bevallen van haar derde kind, ze heet Amina, vier maanden daarna neemt ze contact met mij op, het wordt de laatste keer. Ze heeft al een mail gestuurd met daarin hoe goed het met haar gaat en haar gezin. Ze komt afscheid nemen.
Uitgebreid komt de bevalling aan bod, de reacties van Olek en Dora op hun nieuwe zusje, de hulp om haar heen en hoe fijn het is haar collega’s weer te zien en de projecten waaraan ze werkt.
Jasmin: ik heb gekeken naar de Srebrenica Herdenking, Mijn moeder gaat er altijd naar toe, met haar nicht Hana door wie wij toen zijn opgevangen. Terwijl ik zat te kijken belde ik haar op, dat doe ik nooit, maar ik voelde een sterke behoefte dat te doen. Ze klonk blij verrast, en mijn tante deed mee aan het gesprek. Ik hoorde de mensen om haar heen, het voelde zo warm, ik zat bijna te huilen. Ik vroeg heel spontaan of ze daarna bij ons kwamen eten, dat vonden ze leuk. Ik haalde lekkere dingen in huis en vertelde de kinderen dat oma en Tante Hana naar ons toe kwamen, ze maakten sprongetjes van blijdschap. Het voelde allemaal zo fijn!
Ik: dat merk ik, ik ben blij voor je
J: ik werd blij voor mijzelf, gewoon blij, ik had geen storende bijgedachten
Ik: je liet het bij het blije
J: ik hoefde ook niet weg te wazen
Ik knik: dat klopt helemaal
Jasmin knikt
J: een paar uur later waren ze bij ons, en Herman was ook meegekomen. Toen we aan tafel zaten gingen herdachten we mijn vader, dat doen we elk jaar met elkaar, dan houden we elkaars hand vast en vragen we God of hij goed voor de doden wil zorgen, we zijn ontroerd, zelfs de kinderen zijn stil, alsof ze iets aanvoelen
Zij begint te huilen
J: ik voelde mij ineens zo dankbaar voor Tante Hana, Herman en Jos, ook een puur gevoel, zonder nare bijgedachten
Ik: net zoals bij het blije, dat kon je ook ongestoord toelaten
J: ik dagdroom minder, ik ben helder, ik ben niet meer alléen dat meisje met die vermoorde vader
Ik: je trauma bepaalt niet je identiteit
J: dat is precies wat ik bedoel.