Het duurde enkele maanden voordat Wim een afspraak maakte, nu voor zich alleen.
Wim praat de eerste twintig minuten aan éen stuk door, hij heeft een heel verhaal, hij heeft zijn baan opgezegd, dat kon want hij werkt op uur-basis. Hij is nu grafisch ontwerper bij een kledingbedrijf, folders en zo, hij kan veel thuis werken, dat hij nog altijd heel prettig vindt, en daarnaast doet hij het huishouden, nu van hen samen want de kinderen studeren elders in het land. Na het laatste gesprek samen met Mary bij mij wilde hij even pauze, hij vroeg zich af waarvoor hij nog therapie nodig had. De kwestie is zijn moeder, daar zit hij mee, Mary sluit zich af voor alles wat hij met zijn moeder heeft, met de kinderen praat hij er niet over, dus…hier ben ik.
Wim: Mary, mijn moeder en ik hebben een tijd geleden afgesproken dat we het tuinhuis zouden opknappen om mijn moeder in te laten wonen, zodat wij dichtbij zijn om haar te verzorgen als het nodig is en dat ze gezelligheid bij ons kon vinden. Dat is allemaal gebeurd en moeder woont bij ons op een gedeelte in de tuin, heel mooi gelegen, ze vindt het fantastisch, het tuinhuis is een soort tiny house, het kan zo in een tijdschrift staan. Ze heeft een eigen ingang, dus zij en haar bezoek hoeven niet door ons huis. Juridisch is het ook goed geregeld.
–
W: je zult denken, wat is er aan de hand
Ik knik
W: de kwestie is, ik ben graag bij haar, in het tuinhuis, en dan ga ik heel moeilijk weg, ik blijf plakken, dat weet ik, zij gaat altijd laat naar bed, en ik ook, we zitten bij elkaar, zij leest of puzzelt, ik neem m’n laptop mee, of we kijken samen voetbal
–
W: nu komt het, Mary vindt dat ik te lang en te graag graag bij mijn moeder ben, en dat mijn moeder óns niet nodig heeft voor haar gezelligheid, maar dat ik háar nodig heb
–
W: ik heb een moedercomplex, zei ze toen, en dat klonk niet aardig
Ik: ojee
W: nou, ik heb veel geleerd door hier te komen, ik wou het niet over mijn kant laten gaan, ik pakte mijn iPhone, zocht het op en las voor wat AI schreef, Mary vond dat ze gelijk had, het klopt precies en ik beaamde het, ik had geen zin in een strijd met haar en vond er ook wel wat in zitten.
–
Ik: ik vind het en mooi onderwerp
W: hij pakt zijn iPhone en leest voor wat AI schrijft : de extreme afhankelijkheid van mijn moeders goedkeuring, dat ik geen grenzen kan stellen, verlatingsangstig betreft de kinderen en in Mary een moederfiguur zoek, wat vind je ervan?
Ik: ik vind het nog steeds een mooi onderwerp
W: ik kon ook nog een oedipuscomplex hebben, volgens Mary
Ik: ook dat vind ik een mooi onderwerp
W: meen je dat serieus?
Ik: natuurlijk, en dit allemaal omdat je graag bij je moeder bent
W: en te lang
Ik: dat vindt Mary, jij komt daar niet mee, en je moeder ook niet, begrijp ik dat goed?
W: nu je het zegt…het is Mary’s probleem
Ik: als jij lást en klachten hebt die lijken met een moederbinding te maken te hebben, omdat jij zelf denkt dat je er elementen van hebt, dan kunnen we er samen naar kijken
W: of ik er last van heb, ja dat kreeg ik toen ik erover las
–
W: ik lijk dan zo’n watje, slap, geen echte man, nog steeds een jongetje
Ik: ja dat heeft die beschrijving wel een beetje, maar, Wim, sowieso, elk kind ondergaat een oedipale fase, dat is geen oordeel, maar een feit volgens alle psychoanalytici, en eentje daarvan zit voor je. Bij jou is het geen complex geworden, dat kan ik je verzekeren, die beschrijving strepen we door en daar hoeven we geen tijd aan te besteden.
Mijn mening is, betreft de eventuele kenmerken van een moederbinding, dat de wijze waarop jij en je moeder met elkaar omgaan, te maken heeft met de vroegtijdige dood van je vader, de steun die jullie bij elkaar zochten, hoe jullie die ramp overleefd hebben
Wim is even stil, ik zie dat hij dit oppakt
W: ja dat weet ik, daar hebben we vaak over gesproken, zoals laatst toen ik mijn moeder opbelde tijdens de reünie, dat was ook meer Mary’s probleem
Ik knik
W: misschien hindert mij het meest dat ik in Mary een moederfiguur zou zoeken, volgens AI dan, dat wil ik niet, want dat is geen goed voorbeeld voor mijn zoon
Ik: dat is zinvol, laten we daarop door gaan
W: ja dat voelt goed.