Claudia, trauma, de honger (10)
Een maand na het laatste gesprek verbleef Claudia met haar man al in Wenen, dat was onverwacht maar voor Wout’s werk was dat nodig. Claudia mailde mij in haast en wilde een online afspraak maken als zij in Wenen gesetteld was. Die afspraak kwam vier maanden later. De sessie was luchtig, althans, ik merkte dat dit Claudia’s behoefte was. Ze had het naar haar zin en babbelde over Wenen, alsof zij een reisleidster was. Ik luisterde en merkte dat ik intussen heel ontspannen de spullen op mijn bureau opruimde en in mijn agenda keek naar mijn rooster van de komende week. Ik had het gevoel dat zij enige zelfreflectie vermeed en besloot daarin met haar mee te gaan. Claudia sprak de drie kwartier vol, en zei mij weer contact op te nemen.
Na een maand ontving ik haar mail, zij had mijn factuur ontvangen en schreef dat zij het online gesprek heel prettig had gevonden. Ze vond het fijn dat ik haar gewoon lekker had laten praten en vertellen, zonder pijnlijke gevoelens bij haar op te roepen. Dat had ze echt nodig. Maar nu ze alweer bijna een half jaar in Wenen was, merkte ze dat ze weer ging piekeren en erg lang deed over het ordenen van de was, van de koelkast en van de foto’s op haar laptop. Ook hadden Wout en zij een hele nare ruzie gehad, dat was wel weer gezakt maar bij haar was veel blijven hangen van wat hij gezegd had. Zij wilde ergens de komende weken in mijn praktijk komen want ze was een aantal weken thuis in Nederland. Wij maakten een afspraak.
Claudia: ik vertelde je over het ordenen van m’n spullen, dat heb ik wel in de hand, daar hoeven we vandaag niet over te praten, ik ben van nature gewoon erg netjes en precies, nee, het piekeren, daar word ik somber van, iets tussen Wout en mij, dat wil ik met je bespreken, het is erg lastig……
Ik: praat met mij
Cl: het gaat toch weer over mijn ouders, en vooral over wat je gezegd hebt over dat mijn moeder bij mijn vader was gebleven, dat je dat bijzonder vond van haar, weet je nog wel?
Ik knik
Cl: haar medelijden met hem, over zijn jeugd, dat zij dat misschien wel voor hem draagt omdat hij dat zelf niet kan voelen
Claudia kijkt mij geroerd aan
Ik: daar pieker je over?
Cl: ja…..ik vraag mij af of Wout dat ook heeft, met mij, of de meisjes, of zij ook medelijden met mij hebben om wat ik heb meegemaakt
Ik: vraag je je af of zij ook dragen wat jij liever niet wilt voelen?
Cl: ja, omdat je aan het begin van de therapie had gezegd dat ik mijn dwanghandelingen in stand houd om mijn verdriet niet te voelen
Ik knik
Cl: mijn vader deed heel laconiek over zijn jeugd, over de oorlog, als joods jongetje
Ik: wat was je gedachtensprong van je moeder naar Wout?
Cl: dat kwam omdat Wout laatst zei dat hij zijn opdracht in Wenen heel fijn maar wel erg zwaar vond, het viel hem tegen hoe moe hij elke avond thuis kwam. Ik zei, dan ga je straks lekker vroeg naar bed. Dat viel verkeerd, hij zei, is dat alles wat je te zeggen hebt? Hij ging de kamer uit naar de slaapkamer en deed de deur hard dicht. Ik liep hem achterna, deed de deur open, hij begon meteen tegen mij te schreeuwen.
Ik bespaar je de details van het gesprek. Maar het kwam erop neer dat hij het zat was altijd bezorgd over mij te moeten zijn. Hij had mijn somberheid gezien en ook dat ik weer aan het controleren was. Met zijn zware opdracht kon hij de zorg voor mij er niet meer bij hebben. Als ik zo door bleef gaan wilde hij liever dat ik naar huis ging, hij kon zich prima redden zonder mij.
Ik: dat is een heel verhaal
Cl: het gekke was dat ik meteen zei, nou dat komt goed uit, ik zou toch al een paar weken naar huis gaan, even lekker alleen. Dat kan prima, want onze dochters zijn op vakantie. Wout zei niets meer, en ging slapen. We zijn er allebei niet op terug gekomen.
Ik: helemaal niet meer?
Cl: ik vraag nu af en toe hoe hij zich voelt, of hij een zware dag had, en dat hij zich echt niet ongerust hoeft te maken over mij, dat ik mij prima voel
Ik: maar dat laatste is niet zo
Cl: ik denk dat we ons allebei niet echt goed voelen, hij is gewoon te moe om samen iets leuks te doen in Wenen en ik vraag mij niet af hoe ik mij voel
Ik: ik vraag het je nu: hoe voel je je?
Cl:…….doelloos, ik heb geen doelen
Ik: zoals?
Cl: iets urgents…..
Ik: waar denk je aan
Cl na heel lange pauze: zoals mijn ochtendbaan in de bakkerij
Ik: toen je voor het ontbijt zorgde van je zus en je ouders
Cl: dat heb je goed onthouden
Ik: dat vond ik heel indrukwekkend
Cl: dat gevoel zou ik weer willen hebben
Ik: ik begrijp het
Cl: ik denk dat ik dan het beste functioneer, en ook geen dwanghandelingen meer heb
Ik: laten we dat gevoel samen onderzoeken
We maken een aantal afspraken voor de tijd dat ze in Nederland is.