Clementine 11
Tijdens de laatste sessie kreeg ik het gevoel dat de therapie beëindigd kon worden, hoewel Clementine geen woord daarover had gerept.
Dus hield ik die gedachte nog even bij mijzelf.
Clementine: ik ben ontzettend in de war, ik heb iemand ontmoet, hij gaat niet uit mijn hoofd. Het was op mijn werk, hij is designer en gaat de kleuren in de kamers veranderen. Hij wil dat in overleg doen met de staf, hij wil door ons geïnspireerd worden en vooral met mij samenwerken omdat ik vooral het meubilair en de gordijnen doe…..
Maar ik vertrouw niet of hij echt wil overleggen, hij kwam heel snel met zijn ideeën, mijn twee collega’s waren geïmponeerd, ik voelde dat en ik had er ineens geen zin meer in, ik dacht, gaan jullie je gang maar, wat maakt het uit
……..
Maar hij merkte kennelijk aan mij dat ik afhaakte, want hij richtte zich ineens tamelijk fel op mij “ik hoor jou niet”!
Mijn benen werden pap, ik kon niets uitbrengen, mijn collega vroeg of ik niet lekker werd, dit was zo raar, alsof ik uit mijzelf dreef
Ik: dat is een sterke reactie, goed dat je mij dit vertelt
Cl: ….ik voel het nu ook weer een beetje
Ik: dat verbaast mij niks, als je het weer vertelt dan komt het kennelijk weer terug, maar, niets aan de hand, ik ben bij je, en ik denk dat je in iets heel angstigs terecht kwam, iets dat je bekend voorkwam, maar dat nog in het vage bleef, en dat nu ook weer die angstigheid voelt en dat vage
Cl: ja precies
Ik: de designer, zag hij dat er iets met je gbeurde?
Cl: ja, hij maakte een grapje, al die kleuren duizelen je, zei hij, maar hij keek bezorgd en best oplettend, die bezorgde blik trof mij, deed mij goed
Ik: dat is een belangrijk gevoel, kan je dat moment nog naar voren halen nu? Wil je het beschrijven voor mij?
Cl: ja, ik weet het ook nog goed, ik dacht; ik kan hem zeggen dat ik hem overrompelend vind, niet die kleuren, die vond ik fantastisch, maar hém, maar dat durfde ik niet, de bespreking viel stil, mijn collega stelde voor even te pauzeren en koffie te drinken, dat deden we.
Maar ik deed ook iets goeds, toen we weer bij elkaar zaten vroeg ik of hij de kamers al gezien had. Tot onze verbazing had hij dat nog niet, dat wilde hij na de bespreking gaan doen. Ik stelde voor dat we dat meteen zouden doen, dan kon hij zich er wat bij voorstellen. Iedereen vond dat een top idee, dus gingen we naar enkele kamers die leeg stonden en nodig aan een opknapbeurt toe waren. Gerwin, zo heet hij, met z’n ontwerpen en stalen onder z’n arm, kwam zo’n kamer in en slaakte een kreet van afschuw, mijn collega’s trokken wit weg maar ik moest ontzettend lachen en Gerwin ook. Hij zei, vind je het ook zo lelijk? Zullen we samen aan de slag gaan?
Ik voelde mij nog heel bibberig maar was niet meer van mijzelf weg, dus knikte ik enthousiast. Hij vroeg al lopend of ik mij al wat beter voelde en keek mij echt aan, niet zomaar een vraag uit beleefdheid. Weer aan tafel kwam hij met ideeën en vroeg mij naar de meubels en de stoffering. Ik greep mijn kans, en zei dat ik al langer zin had ons gebruikelijke meubilair en stoffering helemaal om te gooien
Ik: je greep je kans
Cl: precies, het leek of hij mij een kans gaf
Ik: om je aan hem te laten zien?
Cl: ……….ja, dat hij zag dat ik besta, dat ik een mening heb, ik ben staflid!
Ik: hoe voelde je je toen je dat besefte?
Cl: minder bibberig, m’n benen waren weer normaal, maar in m’n hoofd was het nog raar, alsof ik nog ergens anders zat, in een andere situatie
Ik: in een herinnering misschien?
Cl: ja, dat was het, ik zat in een herinnering maar ik wist niet welke, kan dat?
Ik: ja dat kan
Cl: was het onbewust? Zoals jij dat wel eens noemt?
Ik: nee, je bent al een beetje uit het onbewuste, maar ook nog niet in het bewuste, wat jij beschrijft wordt het voorbewuste genoemd, je hikt ahw tegen de bewustwording van de herinnering aan maar de verdringing werkt nog
Cl: is het dan een pijnlijke herinnering?
Ik: het gevoel is pijnlijk
Cl: dat zal dan wel, maar ik wil nog even verder vertellen
Ik knik
Cl: thuisgekomen had hij mij gemaild met een aantal afspraakvoorstellen op kantoor, overmorgen is de eerste….., ik moet er steeds aan denken
Ik: en daarvan ben je in de war
Cl kijkt vragend naar mij: ja, dat is toch niet nodig?
Ik: wat puzzelt je?
Cl: ………..waarom reageerde ik zo heftig op hem toen hij met zijn ideeën kwam?
Ik: dat weet je wel
Cl: die vage herinnering? flashbacks?
Ik: zoals?
Cl: dat ik me laat inpakken? Zoals toen?
Ik: je bent warm
Cl: je bedoelt, toen mijn schoonvader….. ach nee, dat kan toch niet, komt zoiets terug?
……………..
Ik: inderdaad denk ik daaraan, je hebt mij altijd verteld dat je direct toen jullie dat voorstel kregen een tegenzin voelde maar dat niet zei
Cl knikt
Ik: en zoals je later wist, je moeder ook, zij had ook bezwaren die zij niet kenbaar maakte
Cl knikt
……..
Cl: dus toen Gerwin met zijn ideeën kwam en ik mij overrompeld voelde, voelde ik mij weer zoals toen?
Ik: probeer het gevoel vast te houden
Cl: mijn benen werden pap en ik wilde weg
Ik: je werd angstig van je innerlijke conflict, van tegenstrijdige gevoelens
Cl: mijn conflict…….
Ik: tussen je angst en je wens, die botsten op dat moment
Cl: ………ik wilde dat Gerwin mij zag! Iemand zijn met een mening en daarvoor uitkomt
Ik: die sterke wens maakte je ook bang, je lichaam vertaalde je angst, de pap in je benen
Cl: ahhhh daar voel ik iets bij, ik bleef even niet overeind
Ik: maar, als we nu eens kijken naar wat een proces je hebt meegemaakt, zo aan de tafel met een paar mensen, wat dat allemaal in je los maakte, goed bezig jij!
Cl: ja, ik weet niet welke kant het uitgaat maar het voelt goed, ook al ben ik een beetje zenuwachtig voor de eerste bespreking
Ik: ik denk dat je de toon gezet hebt, de designer kan niet om je heen
Cl: dat moet nog blijken, je gaat het horen.
Er staat een afspraak.