Drie maanden verder, Marc is weer thuis, en komt in mijn praktijk. Hij is met zijn gezin naar Bretagne geweest. Het werk in Brussel is afgerond. Anita had vlak voordat hij afscheid nam van Brussel ineens geen interesse in hem. Marc vertelt aan mij hoe dat ging:
Marc: we hadden een laatste meeting waarbij zij ook aanwezig was. Ze gaf mij geen oogcontact en ging eerder weg. De volgende dag kwam zij achter mij aan op de gang en hield mij staande. “Ik had nooit met je moeten beginnen, dat merkte ik ineens tijdens de meeting gisteren, maar je wou me zo graag, toch? Dat zei ze, met dat treiterende lachje.Woede laaide in mij op, ze deed zo vernederend, ik wou haar dat niet laten merken en wou boven haar staan. Ik stond met gebalde vuisten in mijn broekzakken, mijn keel kneep dicht, toch kon ik rustig zeggen dat het oké was. En dat ik haar een leuke meid vond, daar beledigde ik haar mee. Ik ben toch wel meer dan een leuke meid? Je gaat me vast missen. Ik zei, het was gewoon gezellig, weer eens iets anders, je hebt me vrolijk gemaakt. Ik stak mijn hand op, zij ook. Dat was het.
–
M: maar het ws meer dan een avontuurtje, dat heb ik gevoeld
Ik: het was een behoefte, dat voelde je pas later, toen je er midden in zat
M: zo’n roes van gelukzaligheid, vrolijkheid
Ik: dat is juist waar je mee zit
M: ik was in een roes, en nu is er weer niks, zoals we vorige keer bespraken, ik voel me weer saai en nog steeds niet vrolijk, Marga is ook niet echt vrolijk, ze is veel weg, ik merk de afstand
Ik: vertel eens iets over Marga
M: ik heb haar eerlijk verteld dat Anita niet meer in mij geïnteresseerd was, en dat ik dat prima vond. Ze was even stil en zei dat ze er nooit meer over wilde praten. Ze is met de tuin bezig, we hebben veel geld gekregen van mijn ouders, door de verkoop van het huisje in Brabant, ze krijgt van mij de vrije hand, zo maak ik het goed, hoop ik
Ik: wat zou je met haar willen bespreken?
M: voorlopig niks, ik moet mijn periode in Brussel verantwoorden met een enorm rapport. Dat houdt mij bezig, ze zijn toch heel tevreden met mij geweest, blijkt, ik heb daar kennelijk iets goeds teweeg gebracht, een soort nieuwe methode. Ik zou er trots op moeten zijn, hij roept uit: eigenlijk wil ik nog steeds weg, naar Patagonië of zoiets
Ik: toe maar!
M lachend en vrolijk: dat wil ik liever dan een vriendin of zo
Ik lach terug: wat zou het verschil zijn tussen een vriendin en Patagonië?
M: pfffff, daar ga ik over nadenken, je hoort van me.
Met een joviale zwaai vertrekt hij.