Jasmin komt nog even terug op de vorige keer, dat de baby meekwam naar de therapie.
J: vond je het leuk mijn zoontje te zien? Ik had je al foto’s van hem laten zien, maar in het echt is toch anders
Ik: ja… hij is echt prachtig
J lachend: mijn man vond het heel leuk dat jij nu onze baby kent, hij wil nu ook een keertje met mij mee naar jou, mag dat?
Ik: wat zou het voor jou betekenen als hij met je meekomt?
J: mmm…hij is altijd erg aanwezig, ik verdwijn dan totaal, hij gaat jou vast inpalmen, dat doet hij bij iedereen
Ik: wat zou hij inbrengen denk je?
J: ohh, alles waar hij goed in is, zijn werk, zijn conditie, zijn sport, zijn Tesla
Ik: en dan voel jij je ingepakt
J: dan gaat hij mij beleren, tips geven over de opvoeding van Olek, en hoe ik met mijn moeder om moet gaan, of hoe ik mij op mijn werk moet gedragen, dat gaat hij dan met jou bespreken waar ik bij ben, over mijn hoofd heen
Ik: Olek, je moeder, je werk, dat zijn jouw topics
J: ja en nu heel actueel mijn werk, dat loopt weer hoog op!
Ik: Oké, we schuiven je man even aan de kant, wat is er aan de hand op je werk?
J: eergister was ik bij mijn bedrijf, op mijn afdeling, om Olek te laten zien. Olek was fantastisch, hij kraaide, lachte, trappelde met zijn mollige beentjes, iedereen had plezier in hem, hij kreeg zelfs kadootjes, zo aardig!!
Ik vragend: niks aan de hand zo te horen?
J aarzelt: ik werd weer achterdochtig, paranoïde zoals de bedrijfsarts dat noemde, het kwam zo: éen van mijn collegae, heel aardige vrouw, had mijn plek veranderd. Zij liet mij dat zien, ik was verplaatst, met mijn rug naar de deur! Ik schrok me dood! Dan kan ik niemand binnen zien komen! Dat trek ik niet. Ik vroeg haar waar iedereen bij was waarom ik verplaatst was. Nou, zomaar, weer eens wat anders, was het antwoord. Ik zei dat ik mijn oude plaats wilde, of in elk geval een plaats waar ik iedereen binnen kon zien komen. Er viel een stilte. Die aardige collega redde de situatie: excuses, het was mij ontschoten dat dit belangrijk voor je is, we draaien het terug, dat beloof ik, maak je niet ongerust, sorry dat ik je heb doen schrikken. Ik zag dat ze het meende, ze kent me en weet waar ik vandaan kom en wat ik heb meegemaakt maar het gevoel van onveiligheid overheerste mij totaal, mensen kunnen dus zomaar iets met mij doen
Jasmin gaat huilen
Ik: je zegt dat mensen zomaar iets met je kunnen doen, dat is een naar gevoel
J mat: ik neem ontslag, dan ben ik fijn met Olek alleen, niemand kan me wat doen
Ik: houd het gevoel dat mensen maar alles met je kunnen doen even vast , dat is meer waard dan denken over ontslag te nemen
J: oké, ik vertrouw ze niet meer, ik ben gewoon machteloos
Ik: kijk eerst eens naar hoe goed je voor jezelf bent opgekomen. Je protesteerde meteen, je gaf een duidelijke reden: ik wil iedereen binnen zien komen. Kennelijk viel het kwartje bij je collega en snapte ze meteen jouw persoonlijke situatie. En ze herstelde haar verkeerde inschatting. Ben je het met mij eens?
J: ja inderdaad ik nam het voor mijzelf op, dat heb ik nu pas door, dat is heel fijn, dat voelt goed
Ik: je bent sterker dan je beseft
J: minder machteloos
Ik: precies
J: ik heb haar niet bedankt
Ik: nee, dat kon niet op dat moment, je zat te diep in je schrik
J: ik ga haar bedanken als ik weer kom werken
Ik: dat is een goed idee, dus ontslag nemen was een opwelling uit angst?
J: de bedrijfsarts zei dat ik gestuurd werd door mijn paranoia, maar misschien ben ik dat al minder doordat ik met jou praat
Ik knik
J: ik kan voor mijzelf opkomen, dat voel ik ineens heel sterk. Ik moet deze week nog even naar de bedrijfsarts dan zal ik hem vertellen dat ik minder paranoia ben
Ik: zullen we nu even stil blijven staan bij je paranoia? Dat je al eerder last had gehad van paranoïde gedachten, die gingen best ver, ik denk dat je dat nog wel weet
J: dat is zo, maar die hadden te maken met mijn verleden en dat van mijn ouders, mijn afgeslachte vader, mijn moeder en ik op de vlucht, logisch dat ik niemand meer vertrouw
Ik: niemand vertrouwen
J bozig: dat is toch zo? Herman, mijn stiefvader zegt dat ik vaak te waakzaam ben, hij wijst op de leuke dingen die ik meemaak, doe niet zo moeilijk zegt hij dan
Ik: zit hij goed?
J: nee, mijn leven is altijd moeilijk, Olek is mijn redding, net zoals ik was voor mijn moeder, om hem blijf ik elke dag opstaan
Ik: ik zou denken dat je somber aan het worden bent maar je klinkt vooral boos
J: dat klopt, je luistert goed, ik ben boos of ik voel niets, ik waas weg
Ik: ja, dat weet ik van je, als je iets moeilijks voelt maak je jezelf weg
J: op de crisisdienst een paar jaar geleden zeiden ze dat ik depersonaliseer, weet je wel, dat staat in mijn dossier
Ik knik
J: daar wil ik aan werken, ik wil geen paranoïde vrouw zijn en ik wil ook niet depersonaliseren, ik wil me fijn voelen, dat is ook goed voor Olek
Ik: paranoia en depersonalisatie, je bent geconfronteerd met deze diagnoses
J: ik weet dat het zo is, de realiteit, ik kan er niet omheen, als je weet wat je mankeert kan je er ook iets aan doen
Ik: daar gaan we allebei ons best voor doen
Wij maken een afspraak