“Platgebrand door de bevrijder”
Inleiding van Liesbeth Dullaart-Pruyser
Bij de Divan op De Kring, 21 augustus 2025
Over de rol van de geallieerden bij de bevrijding van Nederland.
Spreker: John Cameron-Webb
Welkom mensen bij de derde Divan in de bevrijdingsreeks, ter gelegenheid van 80 jaar vrijheid in Nederland.
Deze speciale Divans gaan over Herdenken en Erkennen van oorlogsleed.
Daarom ben ik heel blij vanavond John Cameron-Webb te ontvangen, welkom John.
Hij zal zélf zich aan u voorstellen.
Met zijn voordracht, waarin de rol van de geallieerden tijdens de bevrijding genuanceerd en kritisch belicht wordt, doet John indirect recht aan erkenning van het leed van onze burgers, die ten tijde van de bevrijding door de geallieerden gebombardeerd en beschoten werden en door gedwongen evacuaties have en goed moesten verlaten.
Vandaar de titel van deze inleiding ”platgebrand door de bevrijder” en ik hoop dat u het al een beetje voelt schuren.
Omdat het voor een groot aantal Nederlandse burgers over “lastig leed” gaat.
En in de traditie van de Divan laat ik heel summier een psychoanalytisch lichtje schijnen over dit lastige leed.
Eerder in de bevrijdingsreeks zagen we dat de bezetter en de slachtoffers in een duidelijke, niet-ambivalente relatie tot elkaar stonden.
Maar voor de burgers die per ongeluk of met vooropgesteld plan getroffen werden was de relatie met de bevrijder doordrenkt van sterke ambivalente gevoelens.
Hoe moet dat voelen!
In de ongeschonden stad verderop wordt een bevrijdingsfeest gevierd, de geallieerden werden toegejuicht, maar jóuw huis is gebombardeerd en je hebt geen enkel bezit meer!
Ga je naar dat feest?
Zo’n situatie geeft lastige gevoels-en denk dilemma’s niet in het minst doordat in het bevrijde Nederland geen plaats was om onze bevrijders te bekritiseren.
Ik denk aan wat een vriend mij eens vertelde.
Toen hij 8 jaar was werd tijdens de operatie Market Garden, hun boerderij aan de rand van het dorp totaal platgebrand.
Toen hij na de bevrijding in de klas zei dat hij de Tommies haatte, greep de juf hem bij zijn lurven, sleurde hem naar de wasbak en spoelde zijn mond uit met groene zeep!
Dat mocht Piet niet zeggen, zij waren immers door de geallieerden bevrijd!
De impact van de geallieerde bombardementen onder ogen te zien was iets waar de bevrijde Nederlanders zich decennialang niet aan waagden en het kritisch evalueren ervan is in Nederland vermoedelijk pas aan het eind van de twintigste eeuw begonnen.
Gaat u eens bij uzelf na wat er in u opkomt als het over de Tweede Wereldoorlog gaat: grote kans dat u vanuit ons collectieve, nationale geheugen noemt: de Holocaust en Anne Frank, de Hongerwinter, de Jappenkampen met de Birma-spoorlijn, en de Soldaat van Oranje als het icoon van het Verzet.
Kleine kans dat ons nationale geheugen ons leidt naar de bombardementen van de geallieerden.
Burgergetroffenen waren na de oorlog tot “restcategorie” verklaard, samengesteld uit slachtoffers van gedwongen evacuatie, bombardementen door wie dan ook, gedwongen tewerkgestelden, gevangenschap of arrestatie.
Hun leed werd gedefinieerd als bij oorlogen nu eenmaal niet te voorkomen menselijk leed.
Getroffenen kregen het gevoel, vanuit deze harde realiteit geen andere keus te hebben dan zich daarbij neer te leggen, dat gevoel heeft Piet, u weet wel, van de groene zeep, ook lang met zich meegedragen.
Als kind heeft Piet zijn leed lange tijd afgezwakt gevoeld door reacties van de omgeving: hun dorp had pech gehad, de geallieerden mocht hij niets verwijten, in tegendeel, zij hadden zich immers opgeofferd voor onze vrijheid!
Dat zijn dorp met hun boerderij ook doelbewust opgeofferd waren deed niet ter zake, dat was onzin.
Reacties waar hij zich heel eenzaam door voelde.
Hij had 100 x liever gehad dat hun boerderij door de Duitsers was verwoest.
Vele malen had hij op hun weiland met vriendjes opgetogen naar de overvliegende Britten gezwaaid, en juist door hen…….
Het is voor iedereen emotioneel verwarrend om beschadigd te worden door mensen van wie je iets goeds verwacht.
In mijn praktijk heb ik slechts twee burgergetroffenen van geallieerde bombardementen ontmoet, en dat tegenover vele, vele tientallen mensen die moesten onderduiken, ex-verzetsstrijders en kampoverlevenden.
Ook mijn collega’s hadden die ervaring.
Is hun trauma onderbelicht gebleven?
Dat zou kunnen.
Immers, onze maatschappij heeft heel lang de schaduwkant van de rol van de bevrijders niet aanhangig willen maken omdat de geallieerden tóch onze bevrijders waren en blijven, onze bevrijders op wie wij zo trots waren en die wij met onze loyaliteit beschermd hebben voor kritiek op hun handelingen.
Hen viel uitsluitend dankbaarheid ten deel.
Zou er dan sprake kunnen zijn van het collectief afweren van negatieve gevoelens over de geallieerden?
En dat alleen nog een kind met zijn onbevangen uiting, de juf kan laten schrikken?
Freud en Jung zullen deze gedachtegang beamen.
Maar vanavond ga ik liever niet voor het afweren, maar voor die andere onbewuste drijfkracht, nl. de levensdrift, die samen met ons nuchtere realiteitsbesef ervoor zorgt dat de mens ondanks innerlijk verscheurende gevoels-en denk dilemma’s in evenwicht kan blijven en dóór wil gaan.
Piet is ook dóórgegaan.
Op zijn juf met de groene zeep en de Tommies was hij allang niet meer boos.
Voor hem was de onthulling van het oorlogsmonument in zijn dorp een prachtig moment van erkenning.
Naarmate hij ouder werd trok hij zich het lot van de omgekomen geallieerden zeer aan.
Met familie en lotgenoten bezocht hij vele malen de militaire begraafplaats van, zoals hij zei, ”ónze Tommies, ónze geallieerden.
U gaat nu luisteren naar John, hij onderzoekt, analyseert en beschouwt objectief, 80 jaar na dato, de rol van de geallieerden bij de bevrijding van Nederland.
En nogmaals, voor de mensen die het meemaakten kan niet onderschat worden, hoe belangrijk het voor hen is dat hen een eerlijk beeld wordt aangeboden van wat lange tijd niet werd prijsgegeven.
Dank je John hiervoor.
Ik heb de behoefte, in nagedachtenis van mijn ouders mijn dankbaarheid uit te spreken aan onze bevrijders.
En John mag dat persoonlijk opvatten.
Ik wens u een boeiende voordracht.
Liesbeth Dullaart-Pruyser, 21 augustus 2025