Divan 17 Juli 2025 Onderschat Verzet
Spreker: Paul van Tongeren
Welkom en Inleiding: Liesbeth Dullaart-Pruyser “Met een pantser voor de angst”
Welkom mensen bij deze tweede Divan van de bevrijdingsreeks : “Herdenken is Erkennen” die onze Kring heeft georganiseerd vanwege 80 jaar vrijheid in Nederland.
Op de maandelijkse Divan belichten wij vanuit de psychologie actuele en historische onderwerpen.
Ook het onlangs verschenen boek: “Een land in verzet” verdient een Divan vanwege de ménsen over wie het boek gaat, over hen, die zich hebben verzet tegen de misdaden van de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog, wat hen daartoe bewoog en wat het hen gedaan heeft.
Dus, zeer welkom is onze spreker van vanavond, één van de redacteuren en schrijvers van dit boek, Paul van Tongeren.
Hij geeft ons vanavond een nieuwe visie over de ómvang van het verzet, nl. dat een veel groter aantal Nederlanders zich heeft verzet tegen de nazi’s dan we gewoon zijn om als verzetsdeelnemers te benoemen.
Hij beoogt een reële balans in ons collectieve zelfbeeld over onze houding tegenover de bezetter: niet hoofdzakelijk laf en wegkijkend, nee, de weerstand tegen de bezetter was wijdverbreid!
U zult het van hem gaan horen.
De titel van mijn inleiding: “Met een pantser voor de angst” beschrijft wat ik in mijn praktijk tijdens de behandeling van vele oud-verzetsstrijders heb gemerkt: allemaal gaan zij gebukt onder Survivor’s guilt en allemaal hebben zij een gevoel niet genoeg gedaan te hebben, niet moedig genoeg te zijn geweest.
Maar vooral houden zij een gegeneraliseerd verbod op het voelen van angst in stand, zij deden dat in de oorlog en gingen er na de oorlog mee door.
Of het nu hun eigen angst betrof of die van de ander.
Ik denk aan Johan (de namen van de genoemde personen zijn gefingeerd) die hulp zocht voor zijn schuldgevoel dat hij́ een overval had overleefd en een paar van zijn maten niet.
Hij had last van explosieve huilbuien, die met het ouder worden toenamen.
Dat hij ook bang geweest moest zijn was wat hem betreft in de spreekkamer geen onderwerp van gesprek.
Ik denk aan Ben, die zeker wist dat hij het wéer zou doen, en zichzelf een soort opdracht had gegeven om zijn verdere leven onbevreesd te bewandelen, altijd klaar voor een nieuwe strijd.
Hij leed aan ernstige slapeloosheid.
Ada had met straffe hand een verzetsgroep geleid.
Zij kreeg na de oorlog een hoge functie in het bedrijfsleven, zij functioneerde vele jaren fantastisch, maar ondanks dat had zij veel conflicten met haar collega’s die ze allemaal slap en ruggengraatloos vond.
Op latere leeftijd kwam zij bij mij in therapie, ze was alleen gebleven en werd geleidelijk aan gokverslaafd, ze wilde een aantal gesprekken.
Ik denk aan de joodse verpleegster Gerda, die ondergedoken kinderen verplaatste als er gevaar van verraad dreigde.
Nadat het een keer mis was gegaan moest zij zelf twee jaar lang onderduiken, ook omdat ze joods was.
Na de oorlog emigreerde zij met haar man.
Op latere leeftijd kwamen zij weer terug in haar oude dorp.
Dat was geen goed idee, de herinneringen overvielen haar totaal onverwacht, het landschap, de weiden, de paden waarover zij de bedreigde kinderen achter op de fiets wegbracht.
Zij kreeg angstaanvallen en deed een zelfmoordpoging.
Alle vier vulden zij mijn spreekkamer onbewust met een soort waarschuwing: laat in deze ruimte geen angst heersen, noch bij mij, noch bij jou.
De angstloosheid in stand houden, de angst van destijds en de angsten die nog kunnen komen, dat was het pantser waardoor zij destijds uit vrije wil hun eigen leven in de waagschaal hadden gezet.
Ook bij mijn eigen vader heb ik dat pantser tegen het voelen van angst gemerkt.
Wij vroegen wel eens: pap, vertel nog eens iets over de oorlog.
Hij had veel anekdotes tot zijn beschikking, wij luisterden met rode oortjes.
Maar soms vertelde hij van zijn groep, die persoonsbewijzen vervalste, toen zij verraden werden en zijn hele huis over hoop gehaald werd.
Naarmate het verhaal vorderde, werd zijn blik anders, hij keek langs ons heen, alsof hij van ons verdween en vooral van zichzelf verdween, en hij viel hij stil.
Dan zei mijn moeder, genoeg jongens, geen vragen meer, papa wordt moe.
Zij behoedde hem voor het voelen van de angsten van destijds.
Aan mensen die doen wat jij niet durft, wordt graag respect gegeven.
Hun daden worden erkend en hun moed wordt beloond.
Zij ontvangen medailles, oorkonden, monumenten, straatnamen.
Het is goed te weten dat de Nederlandse Overheid na de oorlog vanuit de oorlogswetgeving financiële vergoedingen verschafte voor materiële en immateriële behoeften.
Aan verzetsstrijders uit éreschuld en aan oorlogsslachtoffers uit solidariteit.
U hoort het onderscheid.
Slachtoffers konden rekenen op een maatschappelijk breed gedragen medeleven, solidariteit, waarin een collectief schuldgevoel een rol speelde.
Maar bij mensen die uit vrije wil risico’s hadden getrotseerd in hun verzet tegen de vijand werd de nadruk om vanuit de oorlogswetgeving tot vergoeding over te gaan gelegd op de éreschuld van de overheid aan hen, niet zozeer uit medeleven, maar omdat de overheid vanuit haar eigen eergevoel zich daartoe moreel verplicht voelde. De móed werd geëerd.
Vandaar de term ereschuld.
Psychoanalytisch gezien schuilt daar een addertje onder het gras in de vorm van de onbewuste overlevingsstrategie van de “bangerik” die vanuit zijn eigen wens tot hoop op bescherming, de moed van de stoere strijder in stand wil houden.
Daarom wordt het léed dat ook heldhaftige personen ongetwijfeld ervaren hebben onbewust door de maatschappij zorgvuldig op afstand gehouden, collectief verdrongen.
Zo kunnen wij erop vertrouwen dat er altijd dappere mensen zullen zijn die het goede durven te doen en het kwaad bestrijden, de strijd die velen niet hebben aangedurfd en ervoor weggekeken hebben.
Zo’n collectief afweermechanisme kan heel nuttig zijn met het oog op komende oorlogen!
Maar in de spreekkamer doen we iets anders.
In de spreekkamer maken we innerlijke helden.
In de veiligheid van de therapeutische relatie wordt er weer een strijd aangegaan, nl. een strijd met het verdrongene, met de verdrongen angsten van destijds, door te proberen de angsten te beleven, in de hoop dat daardoor psychische klachten kunnen verminderen.
Dit herbeleven is heel eng voor mensen als Johan, Ben en Ada en Gerda.
Ik herkende natuurlijk met een geïnternaliseerde vanzelfsprekendheid hun “papa is moe” blik als de angst te dichtbij kwam.
Maar het lukte wel!
Eigenlijk waren ze weer heel moedig.
Terug naar onze spreker.
Paul van Tongeren studeerde politieke wetenschappen en rechten aan de Universiteit van Amsterdam.
In zijn werkzame leven was hij actief op de gebieden van vredesopbouw en conflictpreventie.
In Wikipedia wordt hij uitgebreid beschreven, te lang om nu allemaal te noemen, kijkt u zelf maar.
Paul gaat kort iets vertellen over zijn persoonlijke motivatie voor zijn onderzoek naar de omvang van het verzet vanuit zijn gezinsachtergrond, en zijn dappere tante mag daarin niet ontbreken.
Daarna schetst hij voor ons een nieuw beeld van het verzet in Nederland.
Ik wens u een mooie voordracht.
17 juli 2025