Fred, rouw (12)
Fred komt de trap op met een hele grote, prachtige bos bloemen, ik zie meteen bij welke winkel hij de bloemen heeft gekocht, aan de samenstelling van het boeket, het papier, het houten labeltje, top!
Bovenaan de trap duwt hij de bloemen in mijn handen, zo, voor jou, na vandaag kom ik nog éen keer hier, zet ze maar even in het water, je hoeft ze niet af te snijden, ik kom rechtstreeks van die sjieke winkel, tjee wat een paradijs, koop je daar we eens?
Ik lach hem een beetje toe terwijl ik naar de keuken loop, Fred komt mij achterna, ik pak een grote emmer, vul die met water en zet de bloemen erin. Fred pakt de emmer met de bloemen, zullen we ze even in je kamer zetten, dan kunnen we er allebei van genieten. We gaan zitten en ik zeg hoe prachtig ik de bloemen vind. Fred schuift het papier wat opzij, en neemt een foto van de bloemen in de emmer. Zo, die foto bewaar ik als een herinnering aan onze gesprekken, ik denk dat ik ze ga schilderen, een paar mooie bloemen, of het hele boeket
Ik: je zei dat dit ons éen na het laatste gesprek is?
F: ja, luister….
Fred haalt een papier uit zijn binnenzak.
Fred: ik heb veel nagedacht en ik heb het opgeschreven:
Fred leest voor: ik ben en blijf een getraumatiseerd mens, maar ik voel me de laatste tijd best normaal, een normaal mens, toen ik in therapie kwam was er van alles mis, ik liep vast, Roos was ongerust over mij, ik was echt niet normaal, toen, nu wel, mijn leven gaat oké, oké genoeg, ik red het wel zonder onze gesprekken, ik houd mijzelf op de been, een echt sterk mens was ik nooit en zal ik ook nooit worden, mijn ouders en mijn vrouw hebben mij voor alles beschermd, en toch hebben ze mij verlaten, alle drie, niet letterlijk natuurlijk, zij konden er niets aan doen…….. . toch voel ik dat zo, soms, alsof…
Fred stopt en pakt een tissue uit de doos op de tafel
Ik: ……alsof …. Fred valt mij in de rede…. alsof ik het verdiend heb, dat ze dood gingen, ik was een verwend, overbeschermd enig kind, en ineens was ik veel te jong verweesd, werden mijn ouders van mij afgenomen!
Mijn vrouw heeft haar hele leven rekening gehouden met mijn verdriet over mijn ouders, zij heeft mij ontzien en zichzelf voor mijn welzijn uitgevlakt, maar ook zij is verdwenen, te vroeg gestorven. Ik ben niet iemand die sterk wordt van verdriet en tegenslagen, in tegendeel, ik stort in en denk alleen maar aan mijzelf, en dat is het. Voel ik mij rijk met wat en wie ik wel heb? Nee, niet echt, het verzacht wel maar dat is dan ook alles, hier zal ik het mee moeten doen…..en dat zal best gaan, daarom denk ik dat ik geen therapie meer nodig heb…en dank ik je voor je geduld en dat ik mijzelf nu ietsje beter begrijp, ik kan best alleen verder…
Fred kijkt mij aan.
Ik zie dat zijn stemming van een zekere flinkheid in somberheid terecht komt en zeg hem dat
Hij wijst naar de emmer met de bloemen
F: gek, ik zie die prachtige bloemen, prima, in die lelijke grauwe plastic emmer, laat ze daar maar in staan, dat klopt precies met hoe ik mij voel, een vlag op een modderschuit…..hij laat het hoofd hangen….wat je mij ook geeft, in onze gesprekken, je aandacht, ik ben een bodemloze grauwe emmer, mensen doen mooie dingen in de emmer, maar de emmer blijft armzalig leeg en onaantrekkelijk
Fred lijkt zich terug te trekken in zichzelf en geen contact met mij te maken
Ik: hé Fred !!
Ik wil niet dat hij verder wegzinkt in zijn woorden zonder contact met mij te maken
Hij kijkt op
Ik: het lijkt erop dat het je veel doet om hier niet meer te komen, bij mij, deze gesprekken niet meer te hebben
F: alle mooie dingen houden op, je weet wat mij is overkomen, ik kan niet goed tegen verliezen, ik word beschadigd door verliezen
………………………………………..
F: na de volgende keer hier raak ik weer iets kwijt, mijn ouders, mijn vrouw…..ik weet het nog zo goed……
Ik: niet meer bij mij te komen, lijkt dit gevoel op het verlies van je ouders en je vrouw?
F: dat denk ik ja, ik ben zo treurig
Ik: en dan koop je zulke mooie bloemen voor mij
F: afscheidsbloemen, maar niet zoals bij een begrafenis (hij lacht een beetje)
Ik: dat weet ik wel
Fred: ik moet dit kunnen, ik moet zonder therapie kunnen
Ik: voel je het als een prestatie
F: ja, maar vooral als een vooruitgang, dan ben ik een sterk iemand
Ik: zullen we samen die vooruitgang maken?
F: ….het is sterker als ik dat alleen doe, ik ga jóu verlaten, bovendien, jíj hebt niet gezegd dat de therapie klaar was
Ik knik
F: ik ben er zelf mee gekomen, ik moet zelf iets kunnen stoppen
Ik: in plaats van dat de ander met jou stopt
F: een soort tour de force
Ik: zei je dat met de grote bos bloemen?
F lacht: ja dat denk ik wel, een tour de force met bloemen, onbewust
Ik: ik ga met je mee in die symboliek, je symboliseerde de emmer zojuist ook al
F: de modderschuit die ik ben
Ik: mmm, dat zie ik niet zo voor me, jij als modderschuit, maar je zei iets over het bodemloze, dat je het moeilijk vindt om goede dingen vast te houden, ik dacht dat je dat zo bedoelde?
F knikt: ik bedoel eigenlijk dat er niets moois opgewassen is tegen de dood van mijn ouders en mijn vrouw, dat heeft gaten in mij gemaakt, daardoor houd ik niks moois vast
…………………………..
F:…nee, wat ik zojuist zei is niet helemaal waar, er is nu best veel moois in mijn leven, mijn kinderen, mijn kleinzoon, mijn vriend Paul, mijn nieuwe huis, schilderen, maar als ik dat besef dan komt die schaduw meteen langs
Ik: dat weet ik van je, die schaduw lijkt je dan meer te aarden dan het goede, alsof je voorzichtig wordt als je iets goeds ervaart
F: een soort reserve, alsof ik alvast het verlies voorbereid
Ik: probeer dat eens rustig te voelen…….en ga dan weer terug naar wat je zojuist zei over het mooie in je leven, probeer ook te aarden in het mooie, niet alleen in het verdriet
Fred kijkt mij lang aan
Ik: beide gevoelens kunnen naast elkaar bestaan, je blijdschap over het mooie in je leven en het besef dat je grote verliezen hebt geleden,
F: ik vind dat een lastige balans
Ik knik
F: de balans is dat ik de balans lastig mag vinden
Ik: de acceptatie van het lastige
……………………………….
Fred zit wat te knikken, hij is lang stil, dan terwijl hij naar de bloemen in de emmer wijst:
je hebt vast niet zo’n grote vaas waar dit boeket in kan, zal Ik volgende week een grote vaas voor je meenemen, ik heb er zoveel staan!
Ik: hoeft niet, ik heb ook genoeg grote vazen, trouwens, die emmer heeft ook wel wat…..(ik lok hem een beetje uit)
F: ohh dat meen je toch niet?
Ik: volgens mij heeft die emmer best een bodem
F pakt de metafoor op:je vindt mij niet bodemloos, ik eigenlijk ook niet hoor, het was ineens die schaduw
Ik: je werd ineens zo somber… over ons afscheid
F: ja, omdat ik het zélf wil kunnen doen, ík ga van jou weg, van onze gesprekken, van de therapie, van dit uurtje reflectie, van de rust, deze kamer, de geur, de trap, de zon op het kleed, je schilderijen, je stem, de boeken die je leest, ik zie je man af en toe in de stoep, al zolang kom ik hier, ik wil dat kunnen, zelf weggaan, omdat het kan, zonder trauma
Ik: uiteengaan zonder trauma, dat gaat je lukken, omdat dat ook natuurlijk is
F: ja, dat bedoel ik, normaal, logisch
Ik: gezond
F: ….misschien is dat het beste woord
Hij pakt z’n jasje, “dag mooie bloemen”, tot volgende keer!